5 tips om je online reputatie te bewaken

Zouden we niet allemaal graag weten wat er ‘achter onze rug’ over onze onderneming verteld wordt? In het dagelijkse leven is dat erg moeilijk, maar via online monitoring kan je vrij eenvoudig wél achterhalen wat er op het internet over jou en je bedrijf gefluisterd, geroepen of bedisseld wordt.

1 Wat wordt er over jou gezegd?

Dan is Google Alerts de eenvoudigste manier om alvast een eerste idee te krijgen. Via deze tool krijg je van Google een mail zodra er een nieuw resultaat is op jouw zoekterm. Dat kan de naam van je onderneming zijn, maar abonneer je zeker ook op de resultaten van je “voornaam naam”.

Krijg je veel en belangrijke resultaten op je zoekwoorden, bekijk dan eens met ons de optie om over te stappen naar een betalende monitoringdienst zoals het Belgische Engagor.

2 Doe iets met wat je leest.

Negeer zeker niet de opmerkingen die online verschijnen. Volgens de “theorie 90-9-1″, zijn er voor elke reactie die je online vindt, 9 andere die zullen reageren of een mening hebben en nog eens 90 die over de digitale schouders meelezen. ‘Lurkers’ genaamd.

Sla de opmerkingen die je leest dus niet in de wind, maar ga na of er een grond van waarheid in zit en leer uit deze opmerkingen.

3 Reageer niet op alles wat je leest.

Rijst nu de vraag: moet je op dat alles reageren? Het antwoord is verrassend vaak neen. Door te reageren zorg je soms voor een ‘Streisand-effect’ of een ‘big brother’-effect dat niet altijd op prijs gesteld wordt.

Gaat het om flagrante leugens, kan je natuurlijk overwegen om een tegenreactie te formuleren. Doe dit weliswaar altijd constructief en identificeer jezelf altijd. De ‘sandwichmethode’ (positief – negatief – positief) is hier altijd een goede aanpak: wees eerst positief (bedank bijvoorbeeld voor de feedback), vervolgens ga je in op de kern van de zaak en ten slotte rond je af door open te staan voor dialoog.

4 Controle is een utopie.

Een sterke online reputatie moet je verdienen. Je hebt dit dus ook niet onder controle of in de hand. Het enige dat je kan doen, is er zo goed mogelijk mee omgaan.

Je hoeft dus ook niet op alle social media platformen alomtegenwoordig te zijn. Kijk na wat voor jou en je stakeholders relevant is en focus daarop. Zorg daar dan ook zoveel mogelijk voor gesprekken en discussies, maar wees ook luisterbereid en kijk wat je voor je relaties kan betekenen.

5 Transparantie, transparantie, transparantie.

Al is de leugen nog zo snel, het internet achterhaalt ze wel.

Nee, bedrijfsresultaten of loonbeleid hoort hier niet thuis, maar je moet wel eerlijk en ‘koosjer’ zijn. Bedenkelijke producten of een gebrekkige service kunnen, of het nu on- of offline is, wel eens als een boemerang in je gezicht terugkomen.

Online reputatiemanagement is helaas voor veel organisaties nog een ver-van-mijn-bed-show. Dat is vrij onvoorzichtig, want iedereen kan plots in het oog van een online storm terecht komen. Waarna het ontwaken wel eens erg onaangenaam zou kunnen zijn.

Wie zich als organisatie verstandig en doordacht voorbereidt, zal in vele gevallen niet slechter, en misschien zelfs sterker uit een incident komen.

Een rappende ambtenaar, wat nu?

Dat moeten ze bij de Kanselarij van de Eerste Minister gedacht hebben. Een van hun medewerkers, de rapper Steven H., bracht namelijk in zijn videoclip voor zijn hit in spe “t Zit tegen” nadrukkelijk het beschermde logo ‘.be’ in beeld. Bovendien op weinig positieve wijze.

Het filmpje onderaan deze blogpost kwam dan ook op de radar van het Directiecomité van de Kanselarij, waar Steven H. het mocht komen uitleggen. Hij had namelijk, zonder voorafgaande toestemming, een dag in zijn leven als verantwoordelijke voor de nationale portaalsite gefilmd en op weinig attractieve manier in de clip opgenomen. Het Directiecomité sprak dan ook van ‘imagoschade’.

Wat nu? Geen eenvoudige, maar wel een noodzakelijke vraag. Als je op de hoogte bent, kan je doen alsof je neus bloedt, maar in de meeste situaties is het veel beter dit te bespreken. Negeren lijkt me in dit geval dan ook niet goed, omdat je dan eigenlijk zegt: we hebben dit gezien en vinden het niet erg. Dat kan natuurlijk ook een reactiestrategie zijn (zeker wanneer het filmpje weinig invloed/impact kan hebben), maar zo blijf je de deur wel openhouden voor gelijkaardige situaties.

Vervolgens probeer je dan persoonlijk uit te leggen dat dit niet wenselijk is, maar je gedoogt het wel. Het filmpje offline halen, zal alleen maar mogelijk het Streisand-effect met zich meebrengen (iets willen toedekken, waardoor het net via het internet als lopend vuurtje de wereld rond gaat).

In het persoonlijk gesprek probeer het echter wel te positief en constructief over de situatie om deze “in der minne” te regelen. Zo kan je eventueel voorkomen dat het verhaal verdere weerklank krijgt, via klassieke pers of online.

Komt het toch in de pers (via via ?!): dan stuur je een zalvende verklaring de wereld in, zoals de Kanselarij prima deed: “Dat we hem op het matje roepen, is een procedure zoals die staat vermeld in het statuut van de ambtenaar. Dit is zeker geen halsmisdaad en mijnheer H. is en blijft een zeer gewaardeerde medewerker. “

Je kan overigens in de YouTube-statistieken hiernaast het belang van de “klassieke media” zien voor de verspreiding van de clip. Via zijn eigen social media kanalen krijgt hij al behoorlijk wat aandacht, maar het wordt pas echt een hit wanneer ook de pers op het item sprint.

Anderzijds liet de de Kanselarij met de clip “t Zit tegen” misschien een kans liggen om net iets aan “het stoffig imago” van ambtenaren te doen, door de creativiteit van de medewerker te belichten. Al was dit ‘issue’ misschien niet de beste gelegenheid. Een nieuwe clip: ‘Alles zit mee’ ongetwijfeld ook een klikhit kunnen worden… Nu ja, gezien de huidige federale gang van zaken misschien toch weer niet de beste timing…

Tot slot: goede afspraken maken goede vrienden. Zorg ten eerste dat je te weten komt via een goede online monitoring dat je weet wat er over jou en/of over je organisatie gezegd wordt online. Breng vervolgens je personeel op de hoogte van wat ze online mogen en wat niet. Betrek hen zelfs bij voorkeur ook in dit debat. Wat mag online verschijnen over de organisatie op Facebook? Op Twitter? Wie mag eventueel ‘online woordvoerderschap’ op zich nemen? Kortom: lees misschien onze post over een social media policy nog eens…

De kracht van een sterk merk

Reputatie wordt een steeds belangrijkere factor in het koopgedrag van consumenten.

Waarom? Een product kopen met een goede reputatie voelt in eerste instantie “veiliger” aan. Het geeft je een aangenamer gevoel en alleen al door de reputatie van het merk, verwacht je tevreden te zullen zijn van je aankoop, nog voor je het uitgeprobeerd hebt.

Een ander voordeel van een merk met een sterke reputatie is de goodwill die het creëert. Bijvoorbeeld: koop je een gsm van een sterk merk zoals Samsung, maar lost die bijvoorbeeld qua gebruiksgemak toch niet helemaal je verwachtingen in, dan heb je wel nog altijd een gsm van een sterk merk. Ook al heeft die slechts een deel van je verwachtingspatroon ingelost. Wanneer je een gsm koopt van een onbekend (en onbemind) merk zoals Sagem en die gsm lost je verwachtingen niet in, dan word je een ontevreden klant, want je houdt een slecht product over met een (terechte) slechte reputatie. Bovendien is de kans dat je ooit nog een Sagem koopt quasi nihil. De kans dat, wanneer de nieuwste gsm van Samsung op de markt komt, je die toch nog gaat kopen is daarentegen wel reëel. Je geeft het merk nog een kans. Het “recuperatievermogen” van een sterk merk ligt namelijk veel hoger.

Mijn favoriet voorbeeld qua offline reputatie is Ryanair. Iedereen klaagt er steen en been over. Gaande van geen beenruimte tot betalen om in het vliegtuig naar het toilet te gaan: Ryanair doet weinig inspanningen om als een “sympathiek” merk gepercipieerd te worden . Maar toch blijven consumenten kiezen voor de luchtvaartmaatschappij en steeds meer mensen stappen in op het verhaal Ryanair. Verklaring hiervoor is dat, ondanks de vele negatieve kritieken, het Ierse bedrijf zijn ‘brand promise’ volledig waarmaakt: veilig vliegen voor weinig geld. Zonder franjes.

Zolang ze dit kunnen blijven waarmaken zal hun reputatie alleen maar sterker worden. Negatieve berichten zullen voor deukjes in het imago zorgen, maar deukjes die weliswaar doorheen de tijd zullen verdwijnen. Net doordat ze die brand promise keer op keer waarmaken. Je koopt dan ook geen kat in een zak en weet perfect waar je aan toe bent wanneer je met hen vliegt: niet veel luxe, maar wel veilig en goedkoop vliegen.

Echter, de dag dat een vliegtuig van Ryanair crasht, zal de impact op de reputatie van het bedrijf niet te overzien zijn. Een van de twee peilers waar het bedrijf op stoelt, is dan niet langer bestaande. Mensen willen graag goedkoop vliegen, maar enkel als daar volstrekt veilig vliegen mee gepaard gaat. Van zodra er de minste twijfel is aan het aspect veiligheid, zullen consumenten in grote getalen afhaken en de reputatieschade en economische schade zal Ryanair zwaar aantasten in zijn bestaansreden.

Het voorbeeld van Ryanair kan je ook doortrekken naar de case van gsm hierboven. Een vliegtuig van pakweg Air France dat neerstort, zal er waarschijnlijk niet voor zorgen dat je nooit meer met die vliegtuigmaatschappij zal vliegen. Echter, in het geval dat het noodlot een vliegtuig van Ryanair zou treffen, dan zou de kans veel groter zijn dat je de maatschappij links laat liggen en voortaan voor “zekerheid” kiest bij een merk met een betere reputatie. Ook al betaal je daarvoor dan meer geld.

Naast offline heb je natuurlijk ook online een reputatie. Lees meer

Online reputation management

Wat is een merk? En wat vinden mensen van mijn merk? Vroeger dachten bedrijven of organisaties dat gevoel te beheersen of tenminste te kunnen stroomlijnen. Het internet heeft het afgelopen decennium echter roet in het eten  gegooid. Zeker in het huidige web 2.0-tijdperk, zorgt de inbreng van de consument voor een aanzienlijke verschuiving in dit landschap.

Voor bedrijven en marketeers zijn het dan ook geen eenvoudige tijden. Hoe moet ik omgaan met die steeds luider wordende stem van de consumenten? Ook vroeger vormde je jezelf bij een mening bij een product of dienst, alleen hield je die dan meestal voor jezelf of deelde je die hoogstens met familie of vrienden. Vandaag gaat dat veel verder. Ik kan morgen op deze blog een product of dienst recenseren en in principe daar morgen al miljoenen mensen mee bereikt hebben. Qua reputatie is in dit digitaal tijdperk dan ook meer dan ooit van toepassing: “A reputation comes by foot and leaves by horse”.

Afgelopen week kreeg ik van de redactie van Peeters en Pichal op Radio 1 een telefoontje. Europees Commisaris voor consumentenbescherming Kuneva refereerde namelijk in een interview met hun redactie, naar de kracht van het internet en beoordelingen van andere consumenten op websites, bijvoorbeeld binnen de toeristische sector. En gelijk had ze!

Websites als Zoover, Tripadvisor, Booking.com en nog vele andere zijn zeer handige tools om te kijken wat andere mensen vonden over een bepaald hotel. Je krijgt er niet alleen een score op 10 voor het hotel op verschillende subdomeinen (bijvoorbeeld: ligging, service, prijs/kwaliteit, …) maar je vindt er vaak ook handige tips voor bijvoorbeeld het dichtsbijzijnde metrostation.

Betreffende dit onderwerp had ik afgelopen donderdag dan ook een leuke babbel met Annemie Peeters en Sven Pichal die je hieronder kan beluisteren:

Overheden, bedrijven en organisaties moeten zich er van bewust zijn dat ze op elk moment van de dag gerecenseerd kunnen worden. Ze geven ten alle tijde een bepaalde indruk. Akkoord, dit is een subjectieve indruk en een tijdsopname, maar meestal wel een weerspiegeling van wat er zich op dat moment heeft afgespeeld. Deze evolutie gaat met het internet volgens mij in de toekomst nog aanzienlijk aan kracht inwinnen. Op basis waarvan kies jij nu je tandarts of je gynaecoloog? Op basis van welke parameters beslis je een cd te kopen of een film in de bioscoop te kijken? Waarom ga je naar een bepaald restaurant of frituur?

In héél veel gevallen komt dit door aanbevelingen of meningen van ‘mensen-zoals-ik’. De goeie oude en onverwoestbare”Word-of-mouth-reclame” of  “word-of-mouse”, zo je wil. Vertrouwen speelt hierin een voorname rol. Geen commerciële achtergrond of dubbele agenda, gewoon een oprechte mening van een andere sterveling. Iemand zoals ik.

Online monitoring

Wat wordt er over mij en/of over mijn bedrijf geschreven? Wat wordt er goed gezegd? Wat slecht? Dat alles bepaalt je reputatie. Voor de klassieke media (kranten, magazines, …) kan je dan bijvoorbeeld (betalend) terecht bij dit of dit bedrijf, maar wat nu met alles op het internet? Wat met online reputation management (ORM)? Kan ik daar ook zicht op krijgen? Jazeker!

Laat ons eerst duidelijk stellen: meten is weten. Je merk, of dat nu jijzelf bent of dat van je bedrijf, is niet wat jij denkt dat het is. Het is wel wat andere mensen denken en zeggen dat het is. En om dat befaamde “brand gap” te vernauwen moet je weten wat er leeft en dan is online monitoring een onontbeerlijk gegeven.

Mooi en wel, maar hoe begin ik daar nu aan? Een eerste stap is het instellen van de gratis dienst “Google Alerts“. Zo kan je zeer eenvoudig en al bijzonder efficiënt via mail op de hoogte gehouden worden, zodra er iets op het verschijnt met de door jou gekozen zoekterm. Vier zaken hoef je hiervoor in te geven:

Lees meer