Fictie of journalistiek?

Fictie en journalistiek, het zou ver uit elkaar moeten liggen. Fictie is immers pure verbeelding en journalistiek draait om feiten. Ik lees graag fictie en ook goede artikels. Maar een combinatie van beide, daar heb ik het niet voor.

Vandaag liep ik langs de krantenwinkel en zag de cover van Le Soir Magazine: “Baudouin n’est pas mort. Comment il aurait géré la Belgique” of vrij vertaald “Boudewijn is niet dood. Hoe hij de crisis in België aangepakt zou hebben.”

Dit deed me denken aan toen aangekondigd werd dat het huwelijk van Kim Clijsters en Lleyton Hewitt niet doorging. Het Nieuwsblad had een gans artikel onder het mom ‘Kim reageert’, hoewel ze buiten de uitgestuurde verklaring de media niet te woord stond. Verbaasd las ik het artikel en uit de inleiding bleek meteen het opzet: niet Kim Clijsters reageerde, maar de antwoorden – in de ik-vorm geschreven – waren opgesteld zoals de redactie dacht dat Kim zou reageren. Geen feiten dus, maar verbeelding.

Dan vraag ik me af: Wat is de meerwaarde? En waarom kan je het je permitteren om in iemands plaats te antwoorden? Het artikel in Le Soir Magazine heb ik niet gelezen. Misschien laten ze wel verschillende goede kennissen aan het woord die een beetje zouden kunnen inschatten wat Koning Boudewijn zou doen. Maar dan nog, waar zijn de feiten? Ik mis het aspect journalistiek en ik hou niet van de combinatie van journalistiek en fictie.