Interne mail Vandermeersch gelekt

Sinds begin september is Peter Vandermeersch niet langer hoofdredacteur van De Standaard. Hij ruilde de Belgische kwaliteitskrant in voor de Nederlandse avondkrant NRC.

Vandaag was er een opvallend bericht op de website Geenstijl.nl: een interne mail van Peter Vandermeersch met een update van zijn bevindingen na een maand NRC.

Kort samengevat:

  • Verkoopcijfers zijn niet goed
  • Foutenlast is veel te groot
  • Aantal thema’s laat de krant teveel liggen
  • NRC is soms te traag
  • Niet creatief genoeg in presentatie
  • Geen communicatie tussen verschillende afdelingen
  • NRC is niet goed in cijfers
  • Vastgeroest in structuur
  • Te weinig hard nieuws
  • Buitenlands nieuws is goed maar binnenland mag niet vergeten worden
  • Stoffige columnisten
  • Te weinig gebruik maken van de ingangen om lezers in het artikel te trekken
  • Lezersbrieven zijn iets om trots op te zijn, niet om bang van te zijn

Waarom is dit nu interessant? Wel, eerst en vooral omdat het toont hoe verschillend de redacties zijn in Vlaanderen en in Nederland. Wanneer ik met collega’s uit Nederland spreek, merk ik dat onze journalisten toch net iets ‘braver’ zijn. In contacten met communicatiemensen maar ook in interviews bijvoorbeeld.  Toen de redactie van NRC zou gaan stemmen over zijn benoeming had hij erop geanticipeerd dat er iets zou uitlekken maar ik betwijfel of hij dit verwacht had.

Voor PR mensen is dit wellicht nog het  interessante: het zet nog een keer mooi op een rij waar journalisten naar op zoek moeten gaan voor hun verhalen. Wat maakt een verhaal goed?  Eigenlijk vertelt hij niets nieuws maar als het voor de NRC journalisten geen kwaad kan om het nog een keer allemaal te herhalen, dan zeker ook niet voor PR-verantwoordelijken.  Als we journalisten kunnen helpen om hun hoofdredactie en de lezer blij te houden dan plukken we er uiteindelijk zelf ook de vruchten van. Doe er je voordeel mee zou ik zeggen.

Gelekte mail Peter Vandermeersch NRC

Vlaamse Vereniging van Journalisten en geperverteerde nieuwsvoorziening

Oh ironie. Gisteren op De Standaard Online trokken twee berichten onze aandacht. Eerst en vooral een onderzoek van Aegis Media en Carat waaruit zou blijken dat Jongeren kranten beschouwen als de meest betrouwbare bron van informatie.

Goed gezien van Aegis Media en Carat want zo’n onderzoeken scoren altijd goed. De PR mensen bij Communicatiemannen gebruiken het ook dikwijls om artikels te scoren.  Dat komt natuurlijk omdat zo’n onderzoekjes goed gelezen worden, en daarom ook interessant zijn om te brengen in kranten of op websites. Conclusie: het is goede content.

Het is niet alleen goede content, het is misschien ook gemakkelijke content. Want, zo blijkt  uit het tweede artikel dat we op De Standaard Online lezen: productiehuis Woestijnvis heeft in de aanloop naar verkiezingen de Vlaamse media bij de neus genomen. Dit door enkele onderzoeken te verzinnen en “de resultaten” ervan te bezorgen te verspreiden via een persbericht naar de Vlaamse media. Zo bleek dat Open VLD’ers het vaakst seks hebben, de Vlaming gemiddeld 27 seconden in het stemhokje doorbrengt en bijzitters 17.000 liter koffie drinken.

De Concentra kranten ontdekten dat Woestijnvis achter al de persberichten zit. Olivier Goris, programmacoördinator bij Woestijnvis, gaf aan Het Belang van Limburg toe dat Data Driven niet bestaat. ‘De verstuurde persberichten kaderen in een nieuw programma dat we uittesten’, zei hij, zonder verder in te gaan op de inhoud van het programma.”

Pol Deltour van de VVJ kan er niet mee lachen: ‘Woestijnvis heeft op een heel georchestreerde en professionele manier de nieuwsvoorziening geperverteerd.” Hij geeft toe dat er een gedeelde verantwoordelijkheid is maar de hoofdverantwoordelijkheid zou bij Woestijnvis liggen. Onzin natuurlijk.

In debatten over de toekomst van de journalistiek gebruikt de VVJ telkens dezelfde dooddoener door te stellen dat de journalistieke werkmethode de enige garantie is op kwaliteitsvolle berichtgeving. Berichtgeving waar bronnen onderzocht, worden, check en dubbelcheck, en een woord telkens gevolgd wordt door een wederwoord.

In de praktijk zou zo een communicatieverantwoordelijke telkens op de hoogte zijn wanneer een artikel verschijnt over zijn organisatie. Wat natuurlijk niet altijd het geval is en sowieso ook moeilijk realiseerbaar in deze tijden van snelle communicatie.

Iedereen is schuldig en, iedereen moet de mea culpa slaan, want alle kranten en nieuwssites hebben de berichten van Woestijnvis overgenomen. Ik ben wel benieuwd hoe ze bij GVA en HBvL er achter zijn gekomen. Waren zij de eersten om de nummer onder het persbericht te bellen en meer uitleg te vragen?

Iedereen kan fouten maken en op zich heb ik er totaal geen probleem mee. Alleen praat de VVJ met een ongelooflijke dedain over het vak journalistiek. Bovendien blijven ze misprijzend over alles wat ook maar ruikt naar nieuwe media, dat het ontzettend storend wordt, zo ook in Terzake gisterenavond. Het zou de VVJ sieren als ze dat zou erkennen. Het klopt dat iedereen zo maar wat dingen online kan zetten maar juist daardoor is het zelfreinigend vermogen vele malen groter dan in de traditionele media. Daar moet je niet schamper over doen.

iKrant

En we zijn vertrokken: de eerste krant die aankondigt dat ze met een iPad applicatie komt is Le Soir.

The Onion heeft intussen nagedacht over een wereld zonder kranten


How Will The End Of Print Journalism Affect Old Loons Who Hoard Newspapers?

Zullen de iPad apps de kranten redden van alle onheilsberichten? Wat denken de CM lezers? Laat het ons weten in de comments en breng je stem uit:

[poll id=”3″]

Fictie of journalistiek?

Fictie en journalistiek, het zou ver uit elkaar moeten liggen. Fictie is immers pure verbeelding en journalistiek draait om feiten. Ik lees graag fictie en ook goede artikels. Maar een combinatie van beide, daar heb ik het niet voor.

Vandaag liep ik langs de krantenwinkel en zag de cover van Le Soir Magazine: “Baudouin n’est pas mort. Comment il aurait géré la Belgique” of vrij vertaald “Boudewijn is niet dood. Hoe hij de crisis in België aangepakt zou hebben.”

Dit deed me denken aan toen aangekondigd werd dat het huwelijk van Kim Clijsters en Lleyton Hewitt niet doorging. Het Nieuwsblad had een gans artikel onder het mom ‘Kim reageert’, hoewel ze buiten de uitgestuurde verklaring de media niet te woord stond. Verbaasd las ik het artikel en uit de inleiding bleek meteen het opzet: niet Kim Clijsters reageerde, maar de antwoorden – in de ik-vorm geschreven – waren opgesteld zoals de redactie dacht dat Kim zou reageren. Geen feiten dus, maar verbeelding.

Dan vraag ik me af: Wat is de meerwaarde? En waarom kan je het je permitteren om in iemands plaats te antwoorden? Het artikel in Le Soir Magazine heb ik niet gelezen. Misschien laten ze wel verschillende goede kennissen aan het woord die een beetje zouden kunnen inschatten wat Koning Boudewijn zou doen. Maar dan nog, waar zijn de feiten? Ik mis het aspect journalistiek en ik hou niet van de combinatie van journalistiek en fictie.

Geslaagde sportblog van RTBF

Eerst startte Damien Detry met zijn eigen blog. Als sportjournalist ben je immers begeesterd door sport en er is zo veel te vertellen en te vertonen dat het journaal of Sportweekend niet haalt. Die boodschap drong ook door tot de volledige sportredactie van de RTBF en SPORTBF.BE was geboren: een blog waar de sportjournalisten van zowel tv- als radio-redactie aan meewerken.

Een geslaagd succes. Dat bleek toen onlangs de gasten van Studio 1 voorgesteld werden op de blog en men opriep te reageren, per sms maar ook via de blog. Er kwamen meer dan 400 reacties en tijdens de uitzending werd er op bepaalde vragen ingegaan.

Met een goedgevulde sportieve zomer in het vooruitzicht (Roland Garros, Olympische spelen, EK voetbal, ..) is deze blog ideaal getimed. Sport houdt mensen bezig. Op internet vind je veel informatie en antwoorden op vragen, maar ze rechtstreeks via de blog kunnen stellen en zelfs tijdens de uitzending antwoord krijgen, heeft een enorme meerwaarde.

De blog is duidelijk, overzichtelijk en je vindt er op welke zender van RTBF er aan welke sportwedstrijd aandacht besteed wordt.

Kijk vooral ook bij de voorstelling van de auteurs: op een heel persoonlijke manier waaruit duidelijk hun passie voor sport blijkt.

Ik ben er volledig voor gewonnen – Sporza mag er een voorbeeld aan nemen.