Sexy data

Er wordt steeds meer met infographics geëxperimenteerd om informatie op een creatieve manier in beeld te brengen. Op het internet duiken regelmatig leuke filmpjes met visueel aantrekkelijke data. De voorbije week trokken volgende 2 filmpjes alvast mijn aandacht:

The State of The Internet:

Chatroulette:

Eerder dit jaar verscheen trouwens ook al deze “What is Social Media“.

En om af te sluiten nog eentje uit de oude doos die de titel “Sexy data” waard is. Leuke statistieken over “internet porn“:

Heb je dit jaar zelf nog gelijkaardige filmpjes gemaakt/gevonden? Deel ze zeker in de comments!

Beleg in boeken met potentieel

Literair talent krijgt de kans om zich te ontplooien en te laten ontdekken. Bovendien in een interessant business model voor zowel auteur als gewillige aandeelhouders: dat is in 25 woorden tenpages.com. Where books are born.

Hoe werkt het voor talentvolle schrijvers: in een markt waar het moeilijk is om ontdekt te worden kan nu al wie wil op deze site een manuscript achterlaten van circa tien pagina’s. Vervolgens werkt het business model dat je probeert genoeg aandeelhouders voor je te winnen om aan 2.000 aandeelhouders te komen van elk 5 euro (en binnen de 4 maanden). Eens daarin geslaagd mag je het volledige boek uitschrijven om later het volledige boek te laten uitgeven bij gerenommeerde uitgevers.

Potentïele aandeelhouders kunnen investeren voor 5 euro per aandeel. Wanneer er dan weer in totaal 2.000 aandelen verkocht worden, vaart niet alleen de schrijver er goed bij, maar ook de aandeelhouders spinnen er garen bij.

Wordt het boek toch geen succes: geen man overboord. Je hoeft enkel een kleine commissie te betalen aan tenpages.nl, maar krijgt de rest van je belegging netjes terug. Ik kocht me alvast 3 aandelen van de bestseller in spé: de beste papa van de hele wereld. Kwestie van een authenthiek cadeau te hebben voor redactielid Tim & zijn nakend vaderschap…

Een gelijkaardig sociaal initiatief, maar dan binnen de muziekindustrie was Sellaband. Hier kon je sinds augustus 2006 investeren in muziekgroepen zodat ze hun cd op de markt kunnen brengen, maar dit eveneens Nederlandse initiatief legde zopas de boeken neer.

Een goede domeinnaam kiezen voor jouw campagne


Deze week hoorde ik op de radio een korte spot voor Pirana Concepts. Daarin wordt hun domeinnaam (piranaconcepts.com) vermeld. Nieuwsgierig als ik ben ging ik ‘s avonds eens een kijkje nemen op die website. Dat was echter iets minder voor de hand liggend dan ik dacht…

Er zijn een paar dingen waar je best rekening mee houdt wanneer je een domeinnaam kiest die je wil communiceren in je campagne:

1. Gebruik bestaande woorden
Verzin geen nieuwe woorden waarvan mensen niet weten hoe ze ze moeten spellen.

2. Makkelijk uitspreekbaar
Kies een domeinnaam die makkelijk uit te spreken is zodat hij gebruikt kan worden in een conversatie of op de radio/tv.

3. Vermijd cijfers
Vaak is het niet duidelijk of ze als cijfer of voluit geschreven moeten worden. Je kan natuurlijk beide registreren maar kies dan 1 die je overal gebruikt en laat de andere url doorverwijzen.

4. De juiste lengte
Maak je domeinnaam niet te lang. Korte domeinnamen zijn makkelijker te onthouden en verkleinen de kans op typefouten.

5. Oppassen met alternatieve schrijfwijzen
Leg alternatieve schrijfwijzen of vaak voorkomende fouten ook vast. Mocht de surfer een fout typen komt hij nog op de juiste site terecht. Bovendien voorkom je op die manier dat de concurrentie er mee gaat lopen.

6. Wel of geen koppelteken?
Als ze vrij zijn: beide! Koppeltekens zijn moeilijk om te communiceren in radioreclame maar in print hebben ze een betere leesbaarheid. Bovendien hebben domeinen waarin kernwoorden gescheiden worden door een koppelteken nog steeds een kleine voorsprong op vlak van SEO. Ook hier geldt de regel dat je best 1 domein gebruikt in al je communicatie en het andere laat doorverwijzen.

7. Google voor je registreert
Veel mensen googelen een domeinnaam ipv hem rechtstreeks in de adresbalk te typen. Doe zelf ook die oefening voor je het domein registreert. Staan er rechtstreekse concurrenten tussen de zoekresultaten? Bestaat de kans dat de surfer zich vergist en een gelijkaardige domein aanklikt dat niets met jouw campagne te maken heeft? Staan er louche/adult websites tussen de zoekresultaten?

Achteraf
Hopelijk is jouw domeinnaam tijdens de campagne blijven hangen bij een aantal mensen. Ongetwijfeld staat hij hier en daar ook nog wel gelinkt. Het is dus geen slecht idee om hem na de campagne te houden en eventueel door te verwijzen naar jouw site.

Pirana Concepts?
Makkelijk uitspreekbaar?
– Ja, maar als je het hoort kan je twijfelen of het “concept” of “concepts” is. Gelukkig hebben ze beide geregistreerd.
Met of zonder koppelteken?
– Maakt niet uit. Ook hier hebben ze allebei geregistreerd
Alternatieve schrijfwijze?
– Hier gaan ze even de mist in.  Als mensen “Pirana” horen, denken ze aan het onschuldig visje en zullen ze dus naar www.piranhaconcepts.com surfen. Dat levert geen resultaat op. Als je dan googelt op “Piranha Concepts” is Pirana concepts hier jammer genoeg nergens te bespeuren tussen de zoekresultaten.
.Com of .Be?
– Alle domeinnamen en varianten die ze hebben geregistreerd verwijzen door naar www.piranaconcepts.be. (behalve http://piranaconcepts.com, dat blijft op de .com plakken) Waarom communiceren ze die .be domeinnaam dan niet in hun radioreclame? Waarschijnlijk omdat er een “concurrent” is die zo slim is geweest om de domeinnaam www.piranhaconcepts.be te registreren en te forwarden naar hun eigen site: www.pirana.be.

Jouw beurt!
Op DNS.be kan je nagaan of jouw .be domeinnaam nog vrij is. Voor andere extensies kan je gebruik maken van 1 van de vele WHOIS diensten op het web, of raad vragen aan je hostingfirma.

Heb je zelf nog tips? Ervaringen met domeinpiraten? Laat je horen in de reacties!

Iets over ACC’s Virtual Strike

Pitchen is harde competitie. Reclamebureau’s zetten hun beste beentje voor en sloven zich uit om hun creatieve idee en enkele uitwerkingen tot de beste te laten verkiezen. Het doel: prestigieuze klanten binnen halen met al even prestigieuze budgetten.

Toen het ACC vele jaren geleden enkele regels (max. 4 agentschappen, verboden te stelen, …) vrijblijvend oplegde aan de adverteerders bij het organiseren van pitchen, blijkt het vandaag een waardeloos statement. Waarom? Omdat reclamebureau’s er zich toch niet aan houden. Klant is tenslotte koning en ze kunnen de budgetten wel gebruiken.

En ook adverteerders zijn niet vrij van schuld. Ze laten 5 of meer reclamebureau’s tegen elkaar pitchen, ze stelen de beste ideeën, integreren verschillende strategiën en kiezen meestal voor diegene waar ze het meeste ‘affectiviteit’ mee hebben. Hoe zou je zelf zijn?

In tijden waarbij stakingen blijkbaar iets uithalen (cfr. Inbev), kan de reclamesector niet achterblijven. Maar hoe pakt de reclamesector zoiets aan? Simpel; Een kettingbrief waarop je door de websites van de deelnemende agentschappen loopt. Het thema: het misbruik van creativiteit bij pitchen.

Maar misschien is een staking en een oud manifest niet de juiste manier om het probleem in de aandacht te brengen? Waarom denkt men er niet aan om het manifest aan te passen aan wat echt belangrijk is.

Ik probeer me te verklaren. Reclamebureau’s die pitchen slagen er te weinig is om een samenhangend verhaal te vertellen. De filosofie van waar een reclamebureau voor staat, kan differentiërend werken. De methodologie waarop gewerkt wordt, is minstens even belangrijk. De strategie bepaling verloopt volgens een vast patroon. En tenslotte, het creatief idee voor een klant, is eigenlijk toch maar bijzaak. Niet dat ik het werk van creatieven wil onderschatten. Maar een goeie campagne komt er enkel nadat het reclamebureau en adverteerder op het op alle vlakken met elkaar kunnen vinden.

Daarom deze vrijblijvende oproep: Pitchen moeten af van het stigma dat alles draait rond het creatief idee. Na wat input van onze redactie, zou het er als volgt kunnen uitzien:

  • In een eerste ronde mogen er zoveel agentschappen uitgenodigd worden als een adverteerder wil. Het agentschap geeft een algemene bureau presentaties (filosofie, methodologie , showcases)
  • Voor de tweede ronde moet een adverteerder kiezen voor maximaal 3 agentschappen om de strategie voor de campagne te bepalen. Hiervoor zou een soort van strategy fee voorzien moeten worden.
  • In de derde ronde mogen maximaal 2 agentschappen deelnemen zodat de laatste twijfels omtrent de creatieve invulling van de strategie weggenomen worden en de kwaliteit van het werk de doorslag geeft.

Omdat het moeilijk is om een vaste fee voor ronde 2 en 3 te bepalen, ben ik van mening dat er best een cap (percentage) gereserveerd wordt op het te besteden advertising budget.

Ik denk ook niet dat een adverteerder hier een probleem van maakt. Het voordeel voor de advertising is dat hij elementen uit ronde 2 en 3 kan gebruiken. Tenslotte zijn de agenschappen voor hun werk betaald.

Wat denken jullie?

Disclaimer: Dit is een persoonlijk opiniestuk. Collega communicatiemannen -en vrouw zijn niet noodzakelijk dezelfde mening toegedaan.

P.S. Er is een interessante discussie gaande over hetzelfde onderwerp gaande op Minor Issues

Virtuele staking bij reclamebureaus

Rond 1990 besloten de grootste Belgische reclamebureaus, onder de koepel van de Association of Communication Companies (ACC) en de Unie van Belgische Adverteerders (UBA), om een pitch charter op te stellen. Voor de reclameleek: een pitch is een competitie tussen reclamebureaus die georganiseerd wordt door een adverteerder. Het bureau dat het beste de strategie vertaalt in een creatief concept haalt de klant binnen. In dat charter werd bv. geschreven dat niet meer dan drie bureaus (en het uittredende bureau) mochten meedoen. Een twintigtal jaar later schiet daar echter niet veel meer van over. Het gebeurt bijvoorbeeld dat maar liefst tien bureaus deelnemen aan één pitch. Een pitch is een grote inspanning voor reclamebureaus die gepaard gaat met een grote investering.

Vandaag trekken die reclamebureaus aan de noodbel. De normale websites van de grootste Belgische reclamebureaus zijn momenteel offline. Ze werden vervangen door een open (ketting)brief die de sites aan elkaar koppelt: een virtuele staking. Een noodkreet. De bureaus willen zichzelf beschermen, maar ook de industrie. Zeker in tijden van een crisis gaan bureaus op zoek naar nieuwe budgetten, maar dit mag niet ten koste gaan van de bestaande klanten. Het beste werk maken de bureaus best voor hun klanten, niet slechts voor pitches die in klein committee beoordeeld worden. Energie moet dus daarin gestopt worden. Iets waar bureaus zelf over moeten waken, maar dat kan enkel met de samenwerking en het respect van de adverteerders.

Deze kwestie wordt aangekaart in een opvallende actie: een kettingbrief die je kan lezen door naar de site van een reclamebureau te surfen, bijvoorbeeld www.boondoggle.eu.

Daar begint de brief en lees je het vervolg op de site van een ander bureau.