iSlate.

Ken je dat gevoel? Het is ofwel stil water en alles kabbelt maar wat voort. Er wordt gewerkt.
Maar dan zijn er van die momenten dat je “zesde zintuig” voelt dat er weer dingen op til zijn die ons mediagebruik wel eens drastisch kunnen beïnvloeden. Nu ja, je kan gewoon ook even op de kalender zien naar wanneer Steve nog eens een keynote doet.

Er is de laatste tijd niet heel veel tijd om de techie feeds bij te houden, wat hieronder staat, zijn dus my two cents die al dan niet achterhaald zijn.

Tovert Jobs op 27 januari dan eindelijk een iSlate/iTablet uit zijn broekzak of rugzak? Dat het tussen een 3,5” en een 13” zal schommelen, lijkt me logisch, maar het blijft toch een punt waar ik mee worstel. Het is wellicht te groot voor de broekzak (mobile) en te klein voor een rugzak (portable). Met een iPhone heb je de meest veelzijdige multimediaplayer, de beste pocketbrowser en behoorlijke telefoon in je zak. Mag het iets meer zijn, dan haal je toch even die laptop boven?

Waarom zouden we iets willen tussen een pimped iPhone en een downscaled MacBook?

Die laptop haal je pas uit de tas wanneer er sneller gewerkt moet worden. Belangrijkste punt in die workspeed blijft het toetsenbord. De tablet zal wellicht niet voorzien worden van een toetsenbord, en typen op een touchscreen bordje is niet dat. Zelfs niet als het een bepaalde vorm van feedback geeft. Laat staan dat een lasertoetsenbordje gebruiksvriendelijk zou zijn.
Nog een iets groter vraagteken voor mij is hoe je het toestelletje effectief bedient. Is het de bedoeling dat je het plat op tafel legt of je het verticaal stalt op je onderarm? Wait and see.

Wat het zeker niet wordt, is de eerste echte e-reader. Apple beseft als geen ander dat  consumenten niet op zoek zijn naar een toestel dat 1 ding kan, die markt is veel te klein. We are multipurpose people. Een e-reader is geen nieuw snufje, het is gewoon een manier om een boek te lezen zonder dat je ogen te veel belast worden door de backlight van het scherm. Daarnaast hoef ik u niet te vertellen dat een doorsnee mens minder en minder boeken leest, maar liever P-magazine-gewijs door een magazine scheurt. Een voorbeeldje.  (“Printmedia” mogen nu even glimlachen).
Een Kindle-killer? Niet het einddoel, maar ja, wellicht wel.

Is Apple de eerste die denkt aan een tablet? Bij lange niet.

Lenovo heeft er al eentje gelanceerd op CES in Vegas enkele dagen terug, maar ook Balmer houdt afwachtend een HP tabletje voor. Qua technologie gaat Apple weer niet voor zijn op de rest, al droomt iedereen wel stilletjes van een sterk verbeterde battery lifetime. Hoop echter niet op een 10 megapixel webcam of built-in beamer.

Waar Apple wel in uitblinkt, zijn de intuïtieve user interfaces en vernieuwende applicaties waar zelfs het kleinste kind en de experimentele medior mee aan de slag kunnen. Afwachten of er voortgebouwd wordt op het iPhone OS of we een vernieuwde, maar downsized Snow Leopard te zien krijgen.

Een ander vraagteken is of de browser wel degelijk flash-ondersteuning biedt. Dat er nog steeds geen Flash op iPhone loopt, is niet zo abnormaal. Je zou de poort openzetten voor third-party software, via welke je de appstore zou kunnen omzeilen. Logischerwijs brengt Apple geen Flash op de tablet. Doen ze het wel, dan is er geen weg terug, en met een firmware update kan het nog steeds toegevoegd worden.

Wat in ieder geval wel weer eens duidelijk is, is dat alle nieuwe Apple devices ontwikkeld worden in een luchtdichte atoomschuilkelder waar geen geheimpje ontsnapt. Dezelfde sfeer als bij de iPhone release hangt weer eens in de lucht.

Zou het kunnen dat Apple het begrip personal computing herdefinieert? Anyhow, I’ll order two.

iPhone applicatie: National Gallery of Art

Ik heb bijna een jaar een iPhone en ik ben niet de persoon die de nieuwste en coolste applicaties heeft. Maar toen ik onlangs de aangeraden applicaties bekeek, was er één die mijn aandacht trok. Namelijk de applicatie van de Engelse National Gallery of Art.

De National Gallery-applicatie toont kunstwerken van onder andere Van Gogh, Vermeer, Renoir en Velazquez. Telkens wordt er dieper ingegaan op verschillende aspecten door middel van audio (te vergelijken met de hoofdtelefoontjes die je krijgt in musea) of een video. Naast werk van een bepaalde kunstenaars zijn er ook galerijen met kunstwerken rond een bepaald thema: interieur, urban life, portretten etcetera.

Stel, je zit bij de dokter in de wachtzaal en alle Humo’s die er liggen heb je al gelezen of je maakt een eenzaam treinritje: je kan via de applicatie eender waar een rondleiding door het museum meemaken. De applicatie maakt ook handig gebruik van al het mulitmediale dat de iPhone te bieden heeft: de kunstwerken, de audio- of video-uitleg is telkens in uitstekende kwaliteit.

Veel bedrijven willen een iPhone-applicatie uitbrengen, maar de vraag is steeds of het toegevoegde waarde heeft én voor het merk én voor de gebruiker. Daar is de National Gallery of Art naar mijn mening in geslaagd. Het geeft veel informatie, biedt een ervaring en laat de gebruiker kennismaken met een deel van haar collectie – wat nieuwsgierigheid kan opwekken naar meer. Qua naamsbekendheid kan het ook tellen. En uiteraard is er een onderdeel waar je meer info vindt over het museum, openingsuren e.d.

Als je verder denkt, zijn er veel mogelijkheden. Veel musea hebben tijdelijke tentoonstellingen. Waarom hierover geen applicatie maken? Een applicatie die niet alles weggeeft, maar wel een degelijk voorproefje geeft dat twijfelaars over de streep kan trekken?

Prezi: de Powerpoint killer

prezi-powerpoint-presentatie-presentation Na PowerPoint van Microsoft en Keynote van Apple, is er nu Prezi: een online tool om presentaties te maken.

Vergeet klassieke slides en nadenken over de volgorde, denk ‘big picture’ en ‘zoomen’.

Foto’s en films en zelfs flash-bestanden kunnen ingevoegd worden. Hoe je de lay-out e.d. aanpast naar believen, wordt uitgelegd in de manual.

De presentatie kan op dePrezi-site opgeladen worden, waar er een embed-code wordt voorzien. (Nog) niet compatibel met SlideShare dus.

Op www.prezi.com kan je de applicatie testen en registeren voor een gratis versie.

Grensverleggende game experience voor de Sony PSP

Vanmorgen las ik op de website van De Morgen dat er een gpstoepassing voor de Sony PSP aankomt. Toegegeven, tot hier weinig spannend nieuws. Na zakcomputers en gsm’s zullen binnenkort wellicht ook tandenborstels en frituurpannen over een gps beschikken. Maar nu komt het.
Er zullen ook games beschikbaar zijn die gebruik maken van satelietnavigatie. Driewerf hoera, want dit zal zonder twijfel een nieuwe dimensie geven aan gamen op de PSP. Sony heeft wellicht geleerd uit het succes van Nintendo’s Wii, dat de game ervaring ook uit zijn traditionele context gehaald heeft en daarmee masseel potten breekt.


Sony kiest ervoor om niet de Wii ervaring na te bootsen, maar om meer in de richting te gaan van de reeds bestaande gpsgames. Zonder twijfel zal Sony wel verder op dit segment bouwen om dit soort games toegankelijker te maken voor een breed publiek en om gamers nog dichter bij een levensechte spelervaring te brengen. Ik ben alvast benieuwd.