6 regels voor de ‘share’-knop

Tegenwoordig op bijna elke site te vinden: de Share-knop.

Dankzij Add To Any kan je content makkelijk ‘shareable’ maken door een knop toe te voegen aan een site en elke sectie van die site. Zo kunnen bezoekers met één klik jouw content delen op Facebook, Twitter en tal van andere sociale netwerksites. Met andere woorden: je reikt je bezoekers de middelen aan om jouw site te promoten bij hun vrienden.

Maar de AddToAny-knop gewoon toevoegen, volstaat niet. Er zijn een paar regels in acht te nemen.

We vertrekken vanuit een concreet voorbeeld:

Picture 4

1. Zorg voor een bondige en teasende omschrijving van de site.

2. Zorg voor een relevante afbeelding.

Deze twee regels gelden sowieso, ook als je niet werkt met de share-knop. Want iedereen kan de link kopiëren en posten op Facebook, of je het aanmoedigt met de share-knop of niet. Anticipeer hierop. Hier kan je de praktische tips van Facebook raadplegen over hoe je de beschrijving en de foto aanpast.

3. Heb je een uitgebreide contentsite met verschillende topics: zorg dat op elke pagina een ‘share’-knop staat.

4. Laat bij de share-knop verschijnen hoe vaak een link al gedeeld werd op Facebook of Twitter. Een extra motivatie voor bezoekers om de content te delen.

5. Zorg dat enkel relevante sites om de content op te delen, verschijnen wanneer je op de share-knop klikt. AddToAny biedt tientallen mogelijkheden aan, maar veel van die sites worden niet gebruikt in België. De niet- of minder relevante sites voor Belgische bezoekers zet je bij ‘meer’.

Picture 3 versus de volledige lijst Picture 6

6. Een meer technische regel: je kan kiezen tussen share.php en sharer.php. Share.php houdt in dat de share-knop de bezoeker naar Facebook of een andere site stuurt en dus weg van jouw website. Sharer.php zorgt dat er een pop-up verschijnt om de link te delen op de site naar keuze. Zo gaat jouw bezoeker niet weg van de site.

Mobile branded utility


Zou 2010 het jaar kunnen zijn waarin mobile echt doorbreekt? Er wordt al een hele tijd gepraat over hoe mobiele communicatie de wereld gaat veroveren, maar momenteel verloopt de verspreiding van iPhones en ander mobiel tuig te gestaag om snel groot te worden. Ik spreek dan vooral voor België. Er zijn toch enkele tekenen aan de wand. Zo lanceert Happiness Brussels binnenkort Bliss Mobile. Een interactief bedrijf dat de focus gaat leggen op Mobile Marketing & Mobile Apps.

Ook De Standaard voelde dat het tijd was om een stapje verder te zetten en een iPhone app te lanceren. Deze betalende applicatie (€3,99) staat twee weken na lancering op nr 1 van meest gedownloade apps in België. Een manier om de gratis content van de website te monetizen? Of een extra plaats om bannering te pushen? Er zijn in ieder geval verdeelde meningen over.

Anyhow.

Waar ik naar toe wilde is branded utility. Ik geloof voor 200% in de toekomst van mobile branded utility. Voor zij die niet vertrouwd zijn met dit begrip; branded utilities zijn tools die een merk aanbiedt welke oprecht nuttig zijn. Het is in feite een langdurige relatie aangaan met de consument door handige oplossingen aan te bieden met een interactieve bodem, en als het even mee zit, er op een slimme manier (her)aankopen mee genereren. Er zijn legio voorbeelden op te dissen; zo moet ik je noch de geniale Nike+, noch Meet me at Starbucks voorstellen, denk ik?

Vandaag werd bijvoorbeeld ook bekend dat de iPhone app van Pizza Hut reeds goed was voor een meerverkoop van 1 miljoen dollar. Een gratis, interactieve en leuke manier om pizza’s samen te stellen en te bestellen. En tot de pizzaboy aan je deur staat, kan je de tijd doden met een meegeleverd spelletje. Lees wel: deze app is momenteel US only.

Reclamebureaus hebben (online) lange tijd geprobeerd, om op de oeroude manier, artificiële interesses op te wekken of om aandacht te winnen met dure incentives. Het aandachtsprobleem wordt groter met de dag omdat berichten opdringen moeilijker wordt. De toekomst zit naar mijn gevoel in het makkelijker maken van het leven van de consument via gratis mobiele toepassingen.

Waarom? Because advertising is based on one thing, and one thing only: happiness.

Realtime search – de toekomst van zoeken

zoekenVoor velen van ons is er één duidelijke houvast in ons surfgedrag: Google. In ‘a split second’ krijg je klikklare links door de gastheer en diens algoritme voorgeschoteld. Bovendien netjes in volgorde van relevantie. Hoe bouwt Google nu dat archief en dat klassement op? Dat is een lang verhaal dat we graag kort houden: Google screent dag in dag uit alle mogelijke website op inhoud, updates, codering, links, zoekmachineoptimalisatie en nog zoveel meer om hierop zijn ranking te baseren.

Van machine naar mens

Al staat Google momenteel voor de eerste keer echt onder druk. De zoekrobot is gigantisch goed in wat hij doet, maar hij doet dit op basis van een gigantisch archief aan webpagina’s en elke dag komen daar tonnen pagina’s bij. Dat maakt het voor Google daarom niet per se moeilijker, maar wel dat ze hierdoor vrij log zijn. Net doordat ze zoveel informatie te verwerken hebben is het moeilijk directe aanpassingen te maken in hun ranking. Dit heeft tot gevolg dat je niet meteen de actuele info krijgt die je zoekt.

Ik giet het in een voorbeeld om wat te concretiseren: stel dat er morgen een chemische aanslag zou zijn in de Brusselse metro, dan zou je op woorden als “metro brussel” of “brusselse metro” niet meteen relevante links vinden voor dit topic, noch voor verslaggeving omtrent het onderwerp. Dit omdat er al een heel aantal sites en links zijn met deze trefwoorden. Allemaal wat verouderd dus. Is er een oplossing? Ja, social powered search in plaats van machine powered search. Niet de machine zegt ons wat belangrijk, wel mensen zoals jij en ik. Bij dit ‘social search’-verhaal kunnen dat verslaggevers ter plaatse zijn, mensen die informatie hebben ‘van horen zeggen’, maar eigenlijk iedereen die betrokken wil worden.

Ander voorbeeld: je zoekt een goede boekhouder in jouw regio. Google geeft je dan wel een overzicht van alle boekhouders in de buurt, daarom heb je nog geen goede… Als je bijvoorbeeld via Twitter dezelfde oproep plaatst, krijg je meteen tal van reacties met persoonlijke toevoegingen en aanbevelingen. Erg handig.

Twitter search

Om verder te gaan op bovenstaand voorbeeld zou er bij zo’n ramp via Twitter meteen informatie worden uitgewisseld. Dat gaat van berichten van ooggetuigen, het uitwisselen van audiovisueel materiaal, nuttige links delen tot bijvoorbeeld het opsporen van de daders door een bepaald profiel te seinen. De zoekrobot van Twitter inventariseert alle ‘Tweets’ en op die manier heeft iedereen toegang tot deze onwaarschijnlijke bron van realtime informatie. Voorbeelden uit de recente geschiedenis zijn reeds legio: Schiphol, Mumbai, Hudson, Iran,

Om in die stroom van berichten het bos door de bomen te zien, zijn de gebruikers van Twitter met de ‘hashtag’ op de proppen gekomen. Dat houdt in dat ze in hun bericht een bepaald trefwoord of afkorting gaan plaatsen, met vooraf het teken ‘#’. Zo was dat bijvoorbeeld tijdens de problemen bij de verkiezingen in Iran de hashtag #IranElection. Op die manier kreeg je tijdens het zoeken enkel de tweets over de verkiezingen, niet die over pakweg het (in de mate van het mogelijke) toeristische nieuws aangaande Iran. Wilde je dus iets te weten komen via de zoekrobot van Twitter om alle updates te volgen, dan wist je meteen hoe deze vloedgolf aan informatie te volgen.

De jacht is open Lees meer

iPhone applicatie: National Gallery of Art

Ik heb bijna een jaar een iPhone en ik ben niet de persoon die de nieuwste en coolste applicaties heeft. Maar toen ik onlangs de aangeraden applicaties bekeek, was er één die mijn aandacht trok. Namelijk de applicatie van de Engelse National Gallery of Art.

De National Gallery-applicatie toont kunstwerken van onder andere Van Gogh, Vermeer, Renoir en Velazquez. Telkens wordt er dieper ingegaan op verschillende aspecten door middel van audio (te vergelijken met de hoofdtelefoontjes die je krijgt in musea) of een video. Naast werk van een bepaalde kunstenaars zijn er ook galerijen met kunstwerken rond een bepaald thema: interieur, urban life, portretten etcetera.

Stel, je zit bij de dokter in de wachtzaal en alle Humo’s die er liggen heb je al gelezen of je maakt een eenzaam treinritje: je kan via de applicatie eender waar een rondleiding door het museum meemaken. De applicatie maakt ook handig gebruik van al het mulitmediale dat de iPhone te bieden heeft: de kunstwerken, de audio- of video-uitleg is telkens in uitstekende kwaliteit.

Veel bedrijven willen een iPhone-applicatie uitbrengen, maar de vraag is steeds of het toegevoegde waarde heeft én voor het merk én voor de gebruiker. Daar is de National Gallery of Art naar mijn mening in geslaagd. Het geeft veel informatie, biedt een ervaring en laat de gebruiker kennismaken met een deel van haar collectie – wat nieuwsgierigheid kan opwekken naar meer. Qua naamsbekendheid kan het ook tellen. En uiteraard is er een onderdeel waar je meer info vindt over het museum, openingsuren e.d.

Als je verder denkt, zijn er veel mogelijkheden. Veel musea hebben tijdelijke tentoonstellingen. Waarom hierover geen applicatie maken? Een applicatie die niet alles weggeeft, maar wel een degelijk voorproefje geeft dat twijfelaars over de streep kan trekken?

Obarometer

de standaard obarometerVandaag heeft De Standaard de “Obarometer” gelanceerd. Een webapp die de social media-activiteiten van Vlaamse politici verzamelt: hun aantal vrienden op Facebook, wat ze op twitter posten en op een blog. Je selecteert een politicus en krijgt een overzicht van zijn/haar activiteiten. Je kan zelfs een widget van je favoriete politieker op je blog zetten.

Slim gezien van De Standaard, sinds Obama het goede voorbeeld heeft gegeven qua gebruik van social media door politici. Een initiatief zoals deze Obarometer kan de politici enkel nog meer wakker schudden om sociale media, die toelaten in directer contact met de kiezer te treden, te gebruiken.

Enkele minpuntjes: enkel een overzicht per politicus en niet per partij. Naast de kandidaten zelf hebben de partijen vaak ook een blog en twitterkanaal. De keuzelijst van politici is gesorteerd op achternaam, wat zoeken wat moeilijk maakt. De partij mocht er misschien ook bij vermeld worden.