De Smaak van De Keyser: Limburgs optimisme of opportunisme?

Ze slaan er ons al enkele weken mee om de oren: één pakt uit met een nieuwe topserie op zondagavond: ‘De Smaak van De Keyser’. Het verhaal draait rond jeneverstokers uit Hasselt. Één heeft een sterke reputatie op zondagavond, dus ik was best benieuwd. Dan zag ik deze reportage op het journaal vanavond en werd ik heel kritisch.

Flikken was één van de eerste series die in een bepaalde stad werd opgenomen, in dat geval Gent. En het heeft Gent geen windeieren gelegd, kijk maar naar de Flikkendag die enkele jaren duizenden mensen naar Gent bracht. Later kwam er WitseHalle en KataraktLimburg/Haspengouw.
Er zat steeds een marketingreden en vooral veel geld achter de gekozen locatie, maar geen probleem. Mooie streken, mooi in beeld gebracht in een sterke fictiereeks en zo op de radar van de mensen, wat een pak toeristen opleverde.

Dat is wat ‘De Smaak van De Keyser’ ook wil. Hasselt heeft al een museum klaar, brochures, arrangementen, kortom al wat nodig is om een hoop toeristen op te vangen die na het succes van de serie de gebruikte locaties willen bezoeken.

En daar is het dat ‘De Smaak van De Keyser’ zwaar in de fout gaat.

Eerst en vooral: laat het publiek beslissen of het wel zo’n topserie is als geclaimd wordt. Het komt vrij hautain en arrogant over om al een museum op te richten, arrangementen klaar te staan hebben, zonder de mening van het publiek af te wachten.

‘De Smaak..’ is geen fictie, maar een zwaar gesponsorde Vlaanderen Vakantieland. Hasselt heeft reeds enkele jaren als slogan ‘de hoofdstad van de smaak’ – waar niet toevallig naar verwezen wordt in de titel. Heel de verhaallijn van de serie is zware reclame voor Hasseltse jenever. Op de website gebeurt het veel minder subtiel: daar draait het niet om de serie, maar om Hasselt.

City marketing / product placement werkt het beste wanneer het subtiel gebeurt en geen voorrang krijgt op het verhaal. Mensen moeten het idee hebben dat ze naar een goed verhaal kijken, waar en passant een mooie streek in beeld komt, en niet naar een reclamefilm in een fictiejasje gegoten.

Product placement in tv-formats zijn al een tijdje veelbesproken (James Bond, LouisLouise, …) en de regel die moet gelden, is: zorg dat het niet overdreven is, want dan erger je de kijker.
‘De Smaak van De Keyser’ – voor mij hoeft het niet meer.

* UPDATE: Een reactie van regisseur Frank Van Passel op crosspost

Belgische pers en bedrijven 2.0?

* “Bloggers schrijven zonder daar betaald voor te worden – dat zijn losers hé.”

* “Twitter wordt het nieuwe SecondLife en staat dezelfde schitterende (sec) toekomst te wachten.”

* “Het zijn allemaal zeurpieten op blogs en fora. Zelden wordt er iets positief gepost.”

* “Blogs zijn een tijdelijk fenomeen en er zal over een paar jaar geen sprake meer van zijn.”

* “Blogs zijn overschat en zijn niets meer dan poëzieboekjes.”

Dit zijn maar enkele van de quotes die op het conto van Dominique Deckmyn (Hoofdredacteur De Standaard Online: 1, 2 en 3) en Jos Grobben (Hoofdredacteur Internet, Roularta: 4 en 5) konden geschreven worden tijdens een door 3C georganiseerd debat over web 2.0.

Ik vertrok vooraf met hoge verwachtingen en was klaar voor een debat op niveau. Vernieuwende inzichten zouden tot mij komen en inspirerende sprekers zouden mij van mijn stoel blazen. Niets was echter minder waar.  Zeer teleurgesteld in zowel bedrijven (en communicatieprofessionals) als pers (Deckmyn & Grobben) keerde ik eenzaam met mijn online gedachtegoed huiswaarts.

Gedurende de hele avond was de teneur bij zowel panel als publiek: “de ‘blogosfeer’ is een vergankelijke en fel overroepen groep mensen met veel te veel vrije tijd”. Samengevat klonk het (toch wel hallucinant anno 2008) zo bij ‘de experts': ‘bloggers zijn een marginaal fenomeen dat je als bedrijf en als merk misschien toch wel in de gaten moet houden, maar meer eigenlijk niet” . Online reputation management, brand activation of brand salience: daar hadden de aanwezigen blijkbaar nog niet van gehoord.

De halsstarrigheid waarmee Grobben en Deckmyn neerkeken op de blogosfeer en Twitter was werkelijk frappant. De quotes hierboven vatten dat het best samen. Buiten de reageermodule op nieuwswebsites en nieuwsfora vielen er geen voorbeelden van een verschuiving van web 1.0 naar 2.0 te noteren.

Op het einde van de avond nam ik dan ook de handschoen op voor de blogosfeer en verwees naar de kracht van blogs en Twitter in het recente voorbeeld van Mumbai, maar ook naar de twitterende Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen en zelfs de twitterende webmaster van De Standaard. Helaas kreeg ik wegens tijdsgebrek geen wederwoord. Of er in deze gevallen dus ook sprake is van een vergankelijk en te verwaarlozen fenomeen bleef dus onbeantwoord.

Toch wil ik ook gerust advocaat van de duivel spelen. De Vlaamse/Belgische blogosfeer en bij uitbreiding de gebruikers van Twitters zijn onmiskenbaar een zekere incrowd. De happy few. De invloed en relevantie van deze innovators/early adopters neemt echter zienderogen toe en kan (en mag!) daarom niet genegeerd worden.

Ik hoop alleszins dat dit web 2.0-debat een jaarlijks event wordt. Ik poneer dan ook dat ik elk jaar met een beter gevoel ga vertrekken. Mijn gelijk/hun ongelijk wordt momenteel al in het buitenland aangetoond en zal ongetwijfeld door jullie (social media) verder aangetoond worden. Waarvoor mijn oprechte dank.

VRT’s technologiedag voor programmamakers

Wat normaal een dag vol mobile web experiences moest worden, werd een toegangspasje voor VRT’s technologiedag voor programmamakers. Een verleden in televisie hebben en de organisatrice, Eva Moeraert, kennen helpt natuurlijk. Nadat ik het programma in mijn handen kreeg, maakte ik een selectie van zaken die ik absoluut wou zien:

Vooreerst mijn oprechte complimenten aan het adres van Eva voor de opbouw van het programma. Het was een zeer evenwichtig programma met stuk voor stuk geëngageerde sprekers waarbij de ochtend eerder algemeen en laagdrempelig was en laatste sprekers zeer specifiek en vrolijk hun mening uiteenzetten over hoe technologie toegepast dient te worden.

Jonathan Marks, een Brit die voor de Nederlandse omroep werkte, lichtte recente trends in productie & distributie toe. Hij had een duidelijke waarschuwing voor de programmamakers van tegenwoordig. Creatief met diverse media omspringen wordt een noodzaak. Interactie is een sine qua non tegenwoordig en kan zowel positieve als negatieve gevolgen hebben. Zijn besluit was eenvoudig maar zeer duidelijk: De openbare media instituten zullen moeten evolueren naar een aanbieder van Public Broadcast Services. Professionele TV producties kosten eigenlijk veel te veel voor wat de reële kost tegenwoordig is. Een voorbeeld van creatieve invulling voor de huidige televisiemakers is, volgens hem het betrekken van de kijkers om mee content aan te reiken en zelfs te co-creëren. Media wordt een social currency.

Wat Wim Seghers vertelde, was minder vernieuwend maar toch heel concreet en boeiend voor televisiemakers. Hoe hebben kleine camera’s en andere tools een impact op de inhoud, de storyline en vorm van audiovisuele programma’s? 14 concrete toepassingen in TV formats werden toegelicht in amper een half uurtje:

Ik herkende hem niet toen hij naast me kwam zitten maar Werner blijk ik al te kennen van de Open Coffee Brussels bijeenkomsten. Om iets als Channl.tv binnen de VRT te realiseren, moet je sterk in je schoenen staan. Ik ben gecharmeerd door het project waarbij mediaclips op de VRT servers automatisch online geplaatst worden en (voorlopig beperkte) interactie mogelijk is. Je kan op de hoogte blijven wat je vrienden bekijken en je kan zelf een online programmamanager worden. Ik ben persoonlijk van mening dat, mits de toevoeging van het Ardome archief en wat promotie, dit iets is waar elke belastingsbetaler met plezier voor betaalt.

Stef Wouters zorgde voor het hoogtepunt van de dag. De gepassioneerde en commerciële fictieboy had zwart-wit visie’s die hij graag meermaals declameerde: ‘Second Life zal nooit werken zonder storyline”. En laat dat nu net zijn conclusie zijn. Het verhaal en de manier waarop een verhaal verteld wordt, bepaalt of iets een lang leven beschoren is. Een verhaal bevat waarden en normen waarmee mensen zich willen identificeren en er een interesse ontstaat. De manier waarop aan storytelling gedaan wordt is het allerbelangrijkste maar je moet ook rekening houden met de verschillende niveau’s van participatie; viewer, user, player & co-creator. Hij gaf twee sprekende voorbeelden:

De online documentaire website van Rust en zijn landing op het Rode Plein. Het horizontale lineaire verhaal krijgt verdieping en duiding in vertikale (you choose what you want to know) laagjes.

De Emma case : Het programma werd online verrijkt met 16 spelletjes, blogs van de personages, etc.  Stef noemt dit transmedia. Het uitdiepen van een concept waarbij aanvullende verhalen verteld worden adhv de mogelijkheden die andere media bieden. De beleving per medium is een keuze van de prosumer om meegetrokken te worden in een virtuele wereld die als zeer reël gezien wordt.

Van Lode Nachtergaele heb ik een ding echt onthouden. De CANON eos SD Mark II zal het leven van de televisiemaker voorgoed veranderen. Voor iets meer dan een €3000 heb je een fotocamera die ook kan filmen in hoofstaande kwaliteit. Getuige hiervan de film “Reverie” van Vincent Laforet. Als je op één link klikt, hoop ik dat het op deze laatste is. Prachtig vind ik dit.

TV-makers zullen breder dan het medium moeten denken en zien hoe de interactie kan aangegaan worden met de kijker. Iedereen is televiemaker. VRT ambtenaren, beware! ;o) 

Valse New York Times meldt einde oorlog Irak

Gisteren dook er een valse editie van de New York Times op. De krant was gedateerd op zaterdag 4 juli 2009 en bevatte artikels met sprekende titels, zoals “Iraq war ends – troops to return immediately”, “Maximum wage law passes Congress” en “USA Patriot Act repealed”. Een oproep aan Obama om zich als president te houden aan de beloftes gemaakt tijdens zijn campagne.

Een goed georganiseerde actie: de krant telde 14 pagina’s, werd uitgedeeld in verschillende Amerikaanse steden en er was zelfs een website die lijkt op die van de NY Times.

Meer over deze actie hier.


New York Times Special Edition Video News Release – Nov. 12, 2008 from H Schweppes on Vimeo.

Humo uit de rekken


Zowel in het echte leven als op het net werd er vandaag veel gepraat over Humo dat zijn exemplaren uit de rekken heeft moeten halen. De reden was een klacht van Sylvie Ricour en een tweede klacht van Koekelberg. Beiden kwamen in de media omdat Koekelberg Ricour een plotse superpromotie had gegeven bij de politie. Hun gezichten werden gebruikt voor compromiterende – maar overduidelijk bewerkte – foto’s in een satirische rubriek.

Begrijpe wie begrijpen kan. Hun imago is allang geschaad en Humo voor de rechter slepen, werkt enkel meer in hun nadeel. Humo daarentegen verliest waarschijnlijk financieel aan deze zaak, hun achterban en imago komen er versterkt uit.
En waar is de humor? Geert Hoste, kijk uit voor je eindejaarsconference, want voor zaken in het belachelijke trekken kan je blijkbaar aangeklaagd worden.

Anyway, de Humo’s zouden niet meer in de winkels liggen, de betreffende pagina is natuurlijk wel op het net te bekijken hier en hier.