Obarometer

de standaard obarometerVandaag heeft De Standaard de “Obarometer” gelanceerd. Een webapp die de social media-activiteiten van Vlaamse politici verzamelt: hun aantal vrienden op Facebook, wat ze op twitter posten en op een blog. Je selecteert een politicus en krijgt een overzicht van zijn/haar activiteiten. Je kan zelfs een widget van je favoriete politieker op je blog zetten.

Slim gezien van De Standaard, sinds Obama het goede voorbeeld heeft gegeven qua gebruik van social media door politici. Een initiatief zoals deze Obarometer kan de politici enkel nog meer wakker schudden om sociale media, die toelaten in directer contact met de kiezer te treden, te gebruiken.

Enkele minpuntjes: enkel een overzicht per politicus en niet per partij. Naast de kandidaten zelf hebben de partijen vaak ook een blog en twitterkanaal. De keuzelijst van politici is gesorteerd op achternaam, wat zoeken wat moeilijk maakt. De partij mocht er misschien ook bij vermeld worden.

Web 2.0 in Vlaamse media

Tijdens de eindejaarsperiode kon je er niet onderuit: sociale netwerken, maar ook bij uitbreiding Facebook, Twitter, Netlog waren hot items voor de Vlaamse media. Social media experts genre bnox, Pietel en Netlash werden opgetrommeld om het abc van deze trend wat komen toe te lichten.

En die aandacht van de media zal alleen nog maar gaan toenemen. Op erg korte termijn hebben sociale netwerken en web 2.0 een ontzettende groeiende invloed gekend. Zo is het aantal artikels met betrekking op Facebook erg tekenend, maar ook Twitter bijvoorbeeld in de eerste 20 dagen al de helft van het aantal vermeldingen in artikels heeft dan het dat deed in 2007. Van een ‘hype’ is hier al lang geen sprake meer.

Momenteel zouden al 2 miljoen Belgen (= 1 Belg op 5!) een account hebben op Facebook. Als je dan nagaat dat er 3 jaar geleden pas echt aandacht was voor dit medium – is dat toch vrij hallucinant. Hou ook Netlog in de gaten. 2 jaar geleden nog haast geen sprake van en momenteel meer dan 35 miljoen leden. 35 miljoen.

Vlaamse media zijn dan wel meer en meer kien zijn op alles wat uit het online wereldje komt, toch zijn ze zelf vooral nog op zoek naar een eigen online identiteit. Hier waarschijnlijk niet vreemd aan: jonge wolven versus oude wolven aan de bierkaai.

Frappant uit dit cijfermateriaal was verder ook de goede score voor De Standaard. In 6 van de 10 gevallen zijn zij de experts die het eerst trends oppikken, waardoor ze hun slogan ‘niet toevallig’  alle eer aandoen. Al begint de concurrentie ook alerter te worden en zijn er kapers op de kust….

Het hoeft geen betoog denk ik dat ik een duidelijke believer ben van alles wat sociale netwerken aangaat. En mijn inziens wordt het voor de Vlaamse media dan ook money time om zich te verzekeren van een plaatsje op de web 2.0-trein.. Zoals Borsato het ongeveer zou zeggen: “nu er op of voor altijd niet mee…”

Microsoft’s “Marketing in the Digital Age” (part 2)

Waar Mohandir nogal academisch zijn verhaal vertelde, was Michael Kogeler, general manager bij Microsoft consumer and online, gewoon ontzettend goed. Hij gaf aan geen marketing boy te zijn maar hij heeft in elk geval voldoende talent om de zaken op een boeiende manier uiteen te zetten.

Aan een verschroeiend tempo ging hij ons duidelijk maken hoe complex digitale marketing nu eigenlijk is. Adhv metaforen probeerde hij ons duidelijk te maken dat digitale marketing niet zo moeilijk hoeft te zijn. “Als je in een vliegtuig de hendel naar je toetrekt, stijg je op, als je de hendel naar voor duwt, daal je. En waarvoor dienen al die knopjes? Om de vrouwtjes te imponeren.” ’t Is maar een voorbeeld van de oneliners die hij dropte. Maar kom, de essentie:

Hij noemt de digitale marketing revolutie een seismic shift en bouwde voort op hetgeen Mohanbir ons al wist te vertellen maar ging verder en bracht aan dat digitale marketing een marketing enabler is die bestaat uit 4 C’s:

1. Collaboration – Digitale media helpt marketeers om samen te werken met de consument en communities in alle stadia van het marketing proces om waarde te creëren, waarde te bieden en waarde te communiceren.

2. Context – Digitale media helpt de marketeer om prospects op het juiste moment de juiste boodschap te brengen en op die manier relevant te zijn voor elke consument.

3. Conversation – Digitale media maakt het de marketeer mogelijk om op een interessantere manier makkelijker consumenten te betrekken bij het verhaal dat een merk wil vertellen.

4. Convergence – Digitale media vervangt traditionele media niet, maar is complementair zodat cross-media campagnes kunnen ontstaan.

Enkel op punt 4 viel wat mij betreft iets aan te merken. Convergence is het altijd en overal beschikbaar maken van het verhaal dat een merk prospects wil vertellen. Je moet hiervoor de specifieke eigenschappen van het medium gebruiken. Dat biedt marketeers de mogelijkheid om hun verhaal op te splitsen in verschillende delen die complementair en over verschillende media heen samenhang vormen.

In een advertising context moet je volgens Michael rekening houden met volgende regels in de communicatie naar je prospect:

1. Stoor hem niet
2. Maak de boodschap relevant
3. Ga in dialoog, vertel niet enkel in een monoloog.

In het Engels wordt dat: “Where I want it, when I want it, how I want it.” Juist ja :-)

De essentie van digitale marketing, is in 4 fases op te splitsen;

  • Attrack – Doe een propositie
  • Engage – Maak ze aantrekkelijk, bespeel de verschillende media die je tot je beschikking hebt (gaande van ATL over below en online naar mobile & gameadvertising)
  • Excite – Boei mensen met content, creër een wereld voor hen waarin ze zich thuisvoelen
  • Know – Weet wie ze zijn en waarom ze deel uitmaken van je wereld. Gebruik die wetenschap en werk met ze samen.

Hij wist de meeste aanwezigen te overtuigen dat Microsoft hier de perfecte partner voor is om hun marketing platform mee vorm te geven. Ook ik zou hem willen geloven, maar het aanbod van Microsoft Advertising is (voorlopig?) ontoereikend om de full approach die nodig is te realiseren. Edoch: Als iemand deze visie kan vertalen naar de producten van Microsoft Advertising, zal het waarschijnlijk Michael zijn. 

Jeannette Liendo haar speech was eigenlijk overbodig. Op een paar concrete marketing acties van Microsoft (Ms. Dewey, Life Behind Walls en Ultimate Make Over),  de aankondiging van de mysterieuze  ’Raad van Anders’ en enkel lauwe herkauwingen in rake quotes: “Do less marketing more” (dialogue!), “Good viral content is good value content” kwam ze niet. 

Mijn eerste officiële afvaarding voor de communicatiemannen was een fijne ervaring! Het eten en de drankjes waren top, de speeches en het volk dat ik ontmoette boeiend! Nooit gedacht dat ik het zou zeggen… maar “Dank u, Microsoft. :o)”

Microsoft’s “Marketing in the Digital Age” (part 1)

De communicatiemannen werden vorige week uitgenodigd om een klantenconferentie bij te wonen met als thema “Marketing in the Digital Age“. Als nieuwbakken communicatieman werd ik erop uitgestuurd om verslag uit te brengen. 

“Marketing in the Digital Age” had een interessante affiche. Professor Mohanbir Sawhney kwam spreken over “Collaborating with customers to innovate – marketing in the networking age“, Michael Kogeler had het over de “Digital Marketing Revolution” en Jeannette Liendo ging dieper in over hoe Microsoft zichzelf tracht te promoten met haar “Digital brand voice 2.0 Shift towards deep engagement in advertising” presenatie. 

Nadat Mohanbir de maatschappelijke shift (institutionele controle naar conversaties) uitgelegd had , kwam hij met een aantal praktijkvoorbeelden van hoe het niet moet. De Kellogg’s case waarbij Special K belooft om een jeans maat te verliezen door 2 weken een dieet van ontbijtgranen te volgen, werd gecounterd door een kritische blogger door te stellen dat die belofte op geenenkele data gebaseerd is. 

Het doet me denken aan een reclamespot die nu loopt op televisie. “Garnier, zorg voor jezelf”  heeft nu een commercial lopen waarbij ze een zeep aanprijzen die de huid herstelt. Ze stellen dat 41 mensen op basis van zelfanalyse dit product goedkeurden. So what? In elk geval zijn ze wel eerlijk over welke data ze beschikken. En vermijden ze op die manier een blogstorm. Althans, dat zou men toch verwachten…

Wanneer merken gaan samenwerken gebeurt er iets opmerkelijk. Mohanbir stelt dat merken die deze keuze maken relatief eenvoudig win-win situaties creëren. Consumenten gaan de interactie aan om de waardepropositie van het merk te verduidelijken en bovendien investeren ze met glimlach hun kostbare tijd omdat het bedrijf/merk bereidwillig is te luisteren naar hun verzuchtingen. Op die manier openen dze bedrijven, met dank aan hun klanten, de poort naar nieuwe mogelijkheden:

  • Meer segmentatiemogelijkheden
  • Meer product innovaties

Enkele van de merken die dat al deden: Nokia met hun Concept Lounge, GM met hun vehicle advisor (offline) en Peugeot met hun Design Concept contest

Mohandir zegt dat functionele marketing paden verlaten moeten worden om procesmatige marketing paden te bewandelen. Die samenwerking met de consument moet institutioneel doorgetrokken worden door heel de organisatie. Zoals SouthWest Airlines bewijst met hun Ding widget dat het kan. 

Mohanbir had ook een duidelijke visie over hoe bedrijven zich in deze veranderende markt en maatschappij omstandigheden moeten gedragen. Bedrijven moeten zich engageren, connecteren met en relaties opbouwen met hun peers. Marketing anno 2009 moet daarop gebouwd worden. Marketing moet peer obsessed zijn, en altijd de kant van de consument kiezen. Daarom moeten organisaties nu veranderen en hun end-to-end processen volledig doortrekken. End-to-end processen die op de koopt oe communicatie georiënteerd zijn: een front-end communicatie (naar de consument toe) en een back-end communicatie (die innovatie in de productie units stimuleert).

Het aanwezige publiek mocht nog enkele vragen stellen en daardoor werd zijn bijdrage nóg interessanter. 

Engagement is een minimum. Uiteindelijk is het het bedrijf zelf dat beslist welke input ze waardevol vindt en welke niet. Belangrijk is dat een bedrijf de converstatie aangaat door transparant en ondubbelzinning te communiceren. Tenslotte, de consument weet niet altijd wat het beste is voor hem. Maar die mindsetverandering komt er stilaan aan. Zowel bij de consument als bij bedrijven. Ik persoonlijk ben van mening dat bedrijven de conversatie niet enkel moeten aangaan met hun gebruikers maar vooral de communicatiekanalen dienen te stroomlijnen. Op die manier gaan ze de conversatie rond een product, merk of visie te stimuleren. 

Heikel punt wordt echter meer en meer hoe je de (voor bedrijven erg belangrijke) ROI gaat meten. 

Hoe meet je engagement levels? Simpel. Maak duidelijke afspraken over de gewenste output (zowel kwali als kwantitatief)! De metrics voor ROI zijn afspraken die je zelf kan sturen. Weet wat je van plan bent en hoe je het wil bekomen en probeer daar dan cijfers op te kleven. Via trial en error kom je een heel eind. Benchmarks zijn nog maar weinig beschikbaar, maar dat neemt niet weg dat peers respect voor je zullen hebben, zolang je het maar probeert en transparant communiceert.

Dag van de woordvoerder: het eeuwige spanningsveld tussen communicatieprofessionals en journalisten

Vorige week vond de tweede editie van het congres ‘Dag van de Woordvoerder’ plaats. De dag was opgebouwd rond het boek van Peter Anthonissen “In de vuurlinie”. Enkele bekende namen – waarvan verschillenden ook meegewerkt hebben aan het boek – passeerden de revu: zowel communicatieprofessionals als journalisten. Check hier het programma.

Er zal steeds een spanningsveld blijven tussen de journalisten enerzijds en communicatieprofessionals anderzijds. Opvallend was de kritiek van de communicatieprofessionals op de media:

De machtspositie van de media
Het is al langer geweten dat media kunnen maken of kraken en dat een proces vaak in de media gevoerd wordt: mensen die in de media als schuldig worden afgeschilderd, wanneer het onderzoek nog loopt. Tom Boonen moet maar even uit de pas lopen (wat elke normale mens kan overkomen) en het zal op de voorpagina van enkele kranten staan. Schade toegericht door de media is moeilijk te herstellen, ook al was het gebaseerd op foute informatie, of gewoonweg niet waar.

Correctheid
Specifiek onderwerp van discussie: de titels van artikels. Vaak klopt de inhoud van het artikel wel, maar de titel niet, is die te eenzijdig, te gefocust op één punt. De journalisten repliceerden natuurlijk dat de titel moet aantrekken – de vergelijking met productverpakking werd gemaakt – en dat dit in enkele tientallen tekens niet makkelijk is. Desalniettemin geen reden om de correctheid te laten varen, maar wat correct is, verschilt soms van partij tot partij.

Een interessant voorbeeld van advocaat Hans Rieder:
Journalist: “Procedureslag in proces kost duizenden euro’s van belastingbetaler”
Advocaat: “Fout van procureur kost belastingsbetaler duizenden euro’s”

Verder vonden de deelnemers dat de basis vaak vergeten werd: bronnen checken, niet schrijven op basis van één bron, het juist interpreteren van gegevens. Of zoals Leo Neels, docent mediarecht en Algemeen Directeur Pharma.be, het verwoordde: “Deontologie is geen optie”.

Professionaliteit / dossierkennis
Te weinig journalisten met een specialisatie of goede dossierkennis. Dit kwam vooral aan bod wat het gerecht betreft, omdat dat een ingewikkelde materie is en kennis een vereiste is voor goede verslaggeving.

Conclusie
Veel communicatieprofessionals die zich vragen stelden bij de richting die de Belgische media volgens hen uitgaan en het gebrek aan kwaliteit. Wel werd toegegeven dat journalisten vaak niet om de middelen beschikken om te kunnen zorgen voor kwaliteit. En dat net nu De Morgen en Corelio ontslagen hebben aangekondigd. De werkdruk zal enkel stijgen, het zal nog sneller moeten gaan – geen goede vooruitzichten dus.

En hoe zit het met nieuwe media? Het De Crem-incident kwam verschillende keren aan bod en de interesse voor blogs en sociale media en hoe ermee omgaan, was er. Volgende editie zou hierrond draaien – daar kijk ik alvast naar uit.