Belgische pers en bedrijven 2.0?

* “Bloggers schrijven zonder daar betaald voor te worden – dat zijn losers hé.”

* “Twitter wordt het nieuwe SecondLife en staat dezelfde schitterende (sec) toekomst te wachten.”

* “Het zijn allemaal zeurpieten op blogs en fora. Zelden wordt er iets positief gepost.”

* “Blogs zijn een tijdelijk fenomeen en er zal over een paar jaar geen sprake meer van zijn.”

* “Blogs zijn overschat en zijn niets meer dan poëzieboekjes.”

Dit zijn maar enkele van de quotes die op het conto van Dominique Deckmyn (Hoofdredacteur De Standaard Online: 1, 2 en 3) en Jos Grobben (Hoofdredacteur Internet, Roularta: 4 en 5) konden geschreven worden tijdens een door 3C georganiseerd debat over web 2.0.

Ik vertrok vooraf met hoge verwachtingen en was klaar voor een debat op niveau. Vernieuwende inzichten zouden tot mij komen en inspirerende sprekers zouden mij van mijn stoel blazen. Niets was echter minder waar.  Zeer teleurgesteld in zowel bedrijven (en communicatieprofessionals) als pers (Deckmyn & Grobben) keerde ik eenzaam met mijn online gedachtegoed huiswaarts.

Gedurende de hele avond was de teneur bij zowel panel als publiek: “de ‘blogosfeer’ is een vergankelijke en fel overroepen groep mensen met veel te veel vrije tijd”. Samengevat klonk het (toch wel hallucinant anno 2008) zo bij ‘de experts': ‘bloggers zijn een marginaal fenomeen dat je als bedrijf en als merk misschien toch wel in de gaten moet houden, maar meer eigenlijk niet” . Online reputation management, brand activation of brand salience: daar hadden de aanwezigen blijkbaar nog niet van gehoord.

De halsstarrigheid waarmee Grobben en Deckmyn neerkeken op de blogosfeer en Twitter was werkelijk frappant. De quotes hierboven vatten dat het best samen. Buiten de reageermodule op nieuwswebsites en nieuwsfora vielen er geen voorbeelden van een verschuiving van web 1.0 naar 2.0 te noteren.

Op het einde van de avond nam ik dan ook de handschoen op voor de blogosfeer en verwees naar de kracht van blogs en Twitter in het recente voorbeeld van Mumbai, maar ook naar de twitterende Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen en zelfs de twitterende webmaster van De Standaard. Helaas kreeg ik wegens tijdsgebrek geen wederwoord. Of er in deze gevallen dus ook sprake is van een vergankelijk en te verwaarlozen fenomeen bleef dus onbeantwoord.

Toch wil ik ook gerust advocaat van de duivel spelen. De Vlaamse/Belgische blogosfeer en bij uitbreiding de gebruikers van Twitters zijn onmiskenbaar een zekere incrowd. De happy few. De invloed en relevantie van deze innovators/early adopters neemt echter zienderogen toe en kan (en mag!) daarom niet genegeerd worden.

Ik hoop alleszins dat dit web 2.0-debat een jaarlijks event wordt. Ik poneer dan ook dat ik elk jaar met een beter gevoel ga vertrekken. Mijn gelijk/hun ongelijk wordt momenteel al in het buitenland aangetoond en zal ongetwijfeld door jullie (social media) verder aangetoond worden. Waarvoor mijn oprechte dank.

Be Sociable, Share!


Dieter Van Esch is gepassioneerd (online) pr consultant bij RCA group en trotse oprichter van Webstrategen.be.

Meer weten over


21 reacties op Belgische pers en bedrijven 2.0?

Reacties


Ouch, stunned!
Dat begrijp ik nu echt niet. Die mannen moeten toch de beroepsernst hebben om daar door te zien zou je denken? Om wat research te doen? Naar het buitenland te kijken ..
Vind het allemaal nogal neerbuigend en dikkenekkerig. Ik krijg hetzelfde gevoel als ik DD zijn homepage bezie. Wat een ego jongens!
Nu bij de bloggers zitten er natuurlijk ook wat ego’s bij elkaar, daar niet van. En ze hebben gelijk dat er (zeker in België, maar niet alleen daar) vaak negatief gedaan wordt .. is een beetje een clubke en veel mensen vinden het nog altijd leuk om iets te bashen. Verhoogt hun eigenwaarde .. soit, het is natuurlijk veeeeel meer dan dat. We mogen het kind niet met het badwater wegsmijten .. al is dat kind al ne grote tegenwoordig!

Ik werk zelf voor These Days, een reclamebureau en onderdeel van Wunderman (een groep) op zijn beurt deel van WPP (een van de grootste reclamegroepen ter wereld). Gelukkig zien wij bij onze klanten steeds meer een heel duidelijk besef van het belang van online in het algemeen en de blogosfeer in het bijzonder. Niet enkel reputatietracking of -management. Ook een activerende houding, goed wetende dat awareness en imago voor een niet te onderschatten deel online gemaakt worden.

Thx 4 the recap, spijtig dat er zoveel crap de wereld wordt ingestuurd.



Deckmyn is ook wel een geïnstitutionaliseerde zeurpiet. Altijd al geweest. Op zich is het goed dat er iemand is die niet met de hypes meeloopt. Anderzijds, hij beloofde dat hij nooit zou bloggen, tot als hij toch van start ging bij IT Professional. Beetje een conservatieve mens.

Ik moet wel eerlijk zeggen: het geleuter over twitter ben ik ook wat beu gehoord. Het is inderdaad snel en direct, maar 95% van de tijd is een kippenhok interessanter om naar te luisteren. Twitter is publiek sms’en, op een platform dat wereldwijd toegankelijk is. De grootte van het bereik bepaalt niet het belang van de inhoud.

Je hebt twee soorten events: die vanuit de web community waar er een risico op oververheerlijking is. En die uit de klassieke organisaties waar er vooral angst voor verandering is. Hoewel ik ook kritisch ben voor de eerste, vermijd ik de tweede, want daar is een eerlijke discussie uitgesloten. Mensen komen er enkel om hun mening bevestigd te zien.



UGC, de basis van Web2.0, is een bedreiging voor de journalistiek àls de sector dit fenomeen links laat liggen. Als ze er slim mee omspringen kan die bedreiging omgebogen worden in iets waar ze zelf de vruchten van kunnen plukken. Ik dacht dat ze dat al begrepen hadden maar niets is minder waar als je deze uitspraken leest. Blijkbaar denken ze dat ze dit nog kunnen fijnknijpen met een beetje zwartmakerij. Wel, vele concepten van Web2.0 zullen inderdaad binnen enkele jaren naar de achtergrond verschoven zijn, maar de basis (UGC) is een blijver voor een héél lange tijd.



“Kijk eens naar het buitenland” is geen argument, hé. Herinner je je i-mode nog? Dat was enkele jaren geleden een fenomeen zonder weerga in Japan, en de rest van de wereld zou al snel volgen. In België heeft Base nog geprobeerd dat van de grond te krijgen. Maar nu spreekt niemand er nog van – zelfs niet in Japan, denk ik. Zolang niemand creatief noch doortastend genoeg is om ook in België eens te bewijzen dat web 2.0-fenomenen echt een verschil kunnen maken, zul je dit soort opmerkingen nog vaak horen, vrees ik. Vooralsnog moeten we het stellen met Paola246, vrees ik.



i-mode is inderdaad achterhaald maar die plaats is ingenomen door nieuwe technologieën die hetzelfde verwezenlijken, namelijk mobiel surfen via de gsm.
Twitter kan binnen 2 jaar even achterhaald zijn, maar het idee erachter zal dat (volgens mij) niet zijn.



Hey, mij hoor je niet zeggen dat het Twitter zal vergaan als Second Life, hoor. Integendeel, ik maak er met plezier gebruik van (@fredegre, at your service! :->) en zie allerlei evoluties die het zo gehypete Second Life nooit heeft gekend (twunches, om maar een simpel voorbeeld te noemen). Alleen: ik stel een groot verschil vast tussen de impact van Twitter en andere Web 2.0-toepassingen in andere (vooral Angelsaksische) landen en wat het allemaal losmaakt in België. Met het voorbeeld van i-mode wou ik alleen zeggen dat je er niet zomaar vanuit kan gaan dat al die zaken ook hier bij ons onvermijdelijk ooit een breed publiek zullen bereiken, wat nodig is om enige impact te hebben. Tot het zover is, is er niets, maar dan ook niets, krachtiger dan een goed verhaal lanceren in de traditionele media. Tot spijt van wie het benijdt…



Het is gezond steeds alle nieuwe evoluties kritisch te bekijken. Maar ervan uitgaan dat nieuwe media maar een kort leven beschoren is, is misschien een beetje ouderwets. Het medium is heel sterk en kan zeker de concurrentie aan met de geschreven en gedrukte pers, de radio of televisie. Vaak zijn bovenstaande discussies te wijten aan angst voor het onbekende. Het uiteindelijk zelf meedoen en uittesten kan zo een angst wegnemen. Het kan misschien een tip zijn! 😉

Misschien moeten mensen ook nog iets vaker het ‘kinderlijk enthousiasme’ bewaren om niet steeds alleen het negatieve in nieuwe evoluties te zien…



Kijk naar Tribune/ Los Angeles Times Group. Ze zijn nu op de rand van failliessement. Waarschijnlijk hadden zij hun Deckmijn en Grobben aan bord twee of drie jaren geleden. Voordat de “dichters” van de web 2.0/blogs/UGC/enz. de macht nemen op het internet in de VS… Spijtig genoeg voor hen…
In het debat was er toch een advocaat die zachter worden toch had tegen de bloggers, vond ik…


Jos Grobben zegt:

Sorry Dieter omwille van het feit dat je “eenzaam met mijn online gedachtegoed huiswaarts” werd gestuurd. Mss was het beter geweest effe naar een goed café te gaan. Wat de kwalificaties van de blogosfeer betreft: I rest my case. Ik volg blogs, ik lees blogs, maar voor 99,5 % van de blogs kan je rustig zeggen : één geluk is dat hiervoor geen bomen moesten sneuvelen. Die resterende 0,5 % lijkt mij afwisselend leuk, interessant, soms ontroerend, verstrooiend, informatief, you name it… en ik misgun niemand zijn blog.
Wat mij bevreemdend lijkt in deze discussie tussen twee visies die blijkbaar noodgedwongen gedragen worden door believers en non-believers , is dat believers hun discours naadloos laten aansluiten bij dat van marketeers, consultants en andere profeten. Dit is de revolutie die de wereld gaat veranderen. De hoeveelste ondertussen ? Hierboven wordt terecht verwezen naar die i-mode. Zo zijn er tientallen fenomenen die wereld gingen veranderen. Uitgevonden en uitgedragen tot meerdere eer en glorie van die nieuwe profeten. Niemand die er ooit bij stilstaat dat twee echte revoluties – het internet (dus www-concept) & de mobiele telefonie – niet werden aangekondigd door deze Nostradamussen. Dus door geen enkele. Niemand zag die aankomen, de jaren voor de doorbraak géén gebenedijd woord erover op de grote pow wows.
Tussendoor nog enkele randbemerkingen i v m de reacties
“UGC, de basis van Web2.0, is een bedreiging voor de journalistiek”. Met permissie: je bedreigt de journalistieke kaste niet met berichten genre Mijn straat is opgebroken, dat duurt nu al drie weken en mijn gemeentebestuur bestaat uit een stelletje lompe pummels. Graag zie ik een iets serieuzere bedreiging komen.
“Ik heb mijn twitter account dan maar afgesloten”. Niet doen Moosability als je twitteren leuk vindt. Is er iets mis met twitteren?
Wat de LATimes betreft, is het verhaal eenvoudig, nl dat van een eigenaar die een Porsche wou kopen maar alleen geld had voor een Golf en wiens Porsche nu door zijn bankier wegens wanbetaling wordt aangeslagen.
En Imke, kinderlijk enthousiasme is idd zo slecht nog niet. Steve Jobbs leerde ons dat ook met zijn memorabele speech Stay Hungry, Stay Foolisch.



@Jos Grobben,
“Mijn straat is opgebroken”. Met permissie: Dat is helemaal niet wat ik bedoel met UGC als bedreiging voor journalistiek.

Ik doel eerder op een situatie als volgt:
Iemand is toeschouwer van “de schoenen aanslag” op Bush, ziet net op tijd wat er gaat gebeuren, maakt er een filmpje van met mijn fototoestel of GSM en plaatst dit op YouTube. Een blogger pikt dit op, verzamelt wat info (van bv. de comments bij het YouTube filmpje geplaatst door toeschouwers) en schrijft een blogpost. Andere mensen reageren op de blogpost. Iemand die microblogt op twitter ontdekt de blogpost en maakt een tweetje met link. Ik klik op de link en verdeel de info via Facebook.

Meer UGC/Web2.0 kan amper 😉
Ik overdrijf nu een beetje, maar als de info die ik zo verzameld heb voldoende is, dan hoef ik dit niet meer in het journaal te zien en hoef ik geen krant meer te kopen. Tegen dan is het immers al old news.

Momenteel zal dat in de praktijk nog niet allemaal zo mooi lopen, maar in een zeer nabije toekomst waarin de helft van de bevolking een mobiele telefoon heeft die filmpjes kan maken in hoge kwaliteit én mobiel kan surfen/bloggen/content genereren is deze situatie toch helemaal niet ondenkbaar, me dunkt.



Alsof de gazet zo’n hoogstaand goedje proza en/of verslaggeving is, tegenwoordig. Dan lees ik op veel blogs toch dikwijls interessantere dingen. Nu, niet alles kan je op blogs en zo vinden, maar ik vind de info die ik daar vind minstens evenwaardig aan wat ik in de krant lees. Het is andere content, maar daarom niet slechter of beter.

Tenslotte: een “hoofdredacteur internet” die niet eens Steve Jobs zijn naam correct kan spellen, laat staan correct “foolish” te schrijven, die hoeft wat mij betreft niet al te hoog van de toren te blazen.



De blogosfeer als mislukking afdoen omdat er te veel rommel in geproduceerd wordt is hetzelfde als zeggen dat je menselijke communicatie maar beter afschaft omdat er te veel onzin verkocht wordt.

Zoek tien getalenteerde schrijvers en laat hen samen schrijven. Dan heb je een kwaliteitskrant. Laat alle 90 afgevallen kandidaten meeschrijven en je hebt geen kwaliteitskrant meer. Maar de stukken van je 10 talenten blijven nog top.

Ga nog verder. Laat iedereen meeschrijven. De stukken van je 10 toptalenten zullen nog altijd i.o. zijn, maar de algemene oogst zal een stuk minder zijn.

Dàt is de blogosfeer. De blogosfeer kàn onmogelijk zelf kwaliteit creëren. De blogosfeer geeft de kans aan talent om zich te manifesteren, maar hoe veel talent er zich ook manifesteert, de algemene conclusie zal altijd zijn dat het niet van topniveau is. Dat kan ook niet.

Als Deckmyn en Grobben dus zeggen dat de blogosfeer en fora een boeltje zijn, dan hebben ze gelijk. Maar dan hebben ze meteen ook bewezen dat ze geen kaas gegeten hebben van hoe netwerken informatie filteren, hoe netwerken zelf op zoek kunnen gaan naar de grootste talenten, de belangrijkste stemmen (of net niet).

Het gaat hem niet om de tools, het gaat hem om de netwerken die door deze tools tot stand komen en de conversaties die tussen de sterkste vernieuwers en leidersfiguren (of totale outcasts) binnen deze netwerken tot stand komen.

Ik hoor de kritiek al komen: en wat als een programma als twitter nu niet de manier is om je uit te drukken? Ik geloof niet dat je kunt zeggen dat twitter niet ‘dé’ manier is om je uit te drukken. Twitter is voor sommige mensen in sommige netwerken voor sommige onderwerpen of situaties wél de manier om je uit te drukken. ’t Komt er weer op aan om na te gaan voor wie het wel werkt en voor wie niet. Toch?



@Josgrobben

Dat van die believers en non-believers en marketeers is er wat mij betreft boenk op. Het is evangelisme voor de vorm, het dwepen met de uiterlijke cultuur, de rituelen, zonder eigenlijk nog goed te weten wat de essentie is van het geloof dat je predikt.

De blogosfeer is niet de revolutie die de wereld zal veranderen. Het is een platform / medium dat andere revoluties in staat stelt om de wereld te veranderen. Of blogs zo revolutionair zijn en zullen blijven hangt af van de mensen die ze gebruiken en hoe en waarvoor zij ze gebruiken. Dat geldt denk ik voor iedere technologische innovatie (instrument).

Je kunt de auto ook bejubelen als de sleutel tot de vooruitgang, maar als we er binnenkort onze planeet mee verwoesten dan is dat ook maar holle praat geweest. Blind geloof in technologie is nooit echt goed geweest. Koppige scepsis ook niet, me dunkt.



^^

Don’t believe the hype, maar zie wel de maatschappelijke evolutie. Ik volg je wel Hannes.
Dat willen ze blijkbaar niet zo inzien.. Alsof een blogger dezelfde objectiven van een journalist hanteert, maar zonder de paycheck.. eng perspectief en twee keer fout.

Het kan best zijn dat blogs voorbijgaan, maar de neiging naar conversatie/polemiek met doelgroepen op een centrale plaats heeft finaal impact en hoort bij de maatschappij van vandaag.
Het creëren, opvolgen en meedoen aan conversaties rond een bepaald interesseveld.. dat blijft. Net dat maakt authentiek en creëert tweezijdige transparantie. je kan de conversatie oover jouw brand toch niet laten gebeuren zonder jouw stem?

Media kan volgens mij best reageren door de rol van betrouwbare gatekeeper in een overdaad van info te blijven spelen.
Daarnaast moeten ze die grens tussen off- en online wegvagen. je doet sociale activiteiten offline maar gaat het sociale web als onzin beschouwen?


Jos Grobben zegt:

Verheugd vast te stellen dat er nog nuchtere zielen bestaan in de blogosfeer. Hannes: “Het is evangelisme voor de vorm, het dwepen met de uiterlijke cultuur, de rituelen, zonder eigenlijk nog goed te weten wat de essentie is van het geloof dat je predikt.” Denk dat het veeleer gaat over eigendunk, narcisme en de eigen navel uitroepen tot centrum van minstens onze eigen melkweg.
Koen: “Media kan volgens mij best reageren door de rol van betrouwbare gatekeeper in een overdaad van info te blijven spelen.” Met die rol kan ik me perfect verzoenen. Journalisten zijn nog altijd bellemannen die met hun eigen woorden, zinnen en beelden nieuws “navertellen”. En daar rond is een hele industrie geweven.
Wat me ergert, is dat toeteraars van allerhande pluimage zichzelf gaan beschouwen als deel uitmakend van een elitaire club missionarissen. Ja, dat kunnen klassieke journalisten zijn. Ja dat zijn veel bloggers.
Hierboven staat zo’n voorbeeld van iemand die mij overigens terecht op spelfouten wijst en aangeeft dat blogs “minstens evenwaardige” info bieden als kranten. Ik ging dus naar die meneer zijn blog Wat lees ik daar? Dat hij naar de osteopaat is geweest, een goed spelleke squash speelde en nu pijn heeft in zijn nek. Ofwel heb ik niet bijster goed opgelet ofwel las ik de verkeerde kranten die dag, maar dat stond niet in de mijne.
Vandaag nog eens naar die blog gegaan en nu blijkt – luidens zijn epistel onder de welluidende titel Kaka – die meneer op de pot te zitten wegens teveel gevreten op “één van de honderden kerstfeestjes die ik aandoe de laatste dagen…” Ik kijk in mijn krant en verdorie, deze primeur hebben ze weer gemist. Moet ik nu mijn abonnement opzeggen ?
Stoort dit soort onzin mij? Hoegenaamd niet, ik heb er geen last van, maar het wordt wel hilarisch als je met deze ongein aanspraak maakt op de Pulitzer Price. Storen overigens sociale netwerken mij? Integendeel, of die nu reëel of virtueel zijn, ze kunnen ze best informatief, amusant,… of wat dan ook zijn. En : als ik in een café zit of achter mijn computer, loop ik tenminste niet los op straat rond


M. Verbiest zegt:

Geef mij maar een krant die door professionele redacteuren is samengesteld i.p.v. een blogger die verteld dat hij of zij gisteren de hond uitliet. En ja, natuurlijk zijn er interessante bloggers die degelijke artikelen schrijven, maar veel zijn het niet. Net als er weinig journalisten zijn die uitmuntende artikelen schrijven. Maar het merendeel van de journalisten presteert iets dat weinig bloggers bereiken, namelijk het leveren van nieuws dat voor een grote groep relevant is.

En ja, natuurlijk zijn er bloggers die de kwalijke pogingen van organisaties aan de kaak stellen. Maar dit gebeurt ondanks het medium internet, niet dankzij. Want ook in de echte wereld trachten organisaties een hun welwillende perceptie op te leggen aan anderen. Dat ze dit nu ook trachten via het internet is evident. Afkeurenswaardig, maar een in hun denken logisch gebruik van een nieuw medium. M.a.w. oude wijn in nieuwe zakken.

Een goed boek hieromtrent is The Cult of the Amateur van Andrew Keen. De engelstalige titel geeft aan wat zijn mening is over de meeste blogs: goedbedoelde amateuristische pogingen. Let wel, er zijn blogs die interessant zijn, maar ze zijn dungezaaid. Net als degelijke kranten trouwens, waarvan een zich alvast niet onterecht als de standaard kroont. Wel een beetje patserig, en af en toe schieten ze er wel eens naast of over, maar door de band genomen zijn kranten (en andere gevestigde media) een pak betrouwbaarder dan blogs. En relvant voor een grote groep.

En dat zijn mijn inziens onderscheidende eigenschappen: degelijk en gefundeerd nieuws dat van belang is voor meer dan alleen Tante Josephine.


Track- en pingbacks