Vlaamse Vereniging van Journalisten en geperverteerde nieuwsvoorziening

Oh ironie. Gisteren op De Standaard Online trokken twee berichten onze aandacht. Eerst en vooral een onderzoek van Aegis Media en Carat waaruit zou blijken dat Jongeren kranten beschouwen als de meest betrouwbare bron van informatie.

Goed gezien van Aegis Media en Carat want zo’n onderzoeken scoren altijd goed. De PR mensen bij Communicatiemannen gebruiken het ook dikwijls om artikels te scoren.  Dat komt natuurlijk omdat zo’n onderzoekjes goed gelezen worden, en daarom ook interessant zijn om te brengen in kranten of op websites. Conclusie: het is goede content.

Het is niet alleen goede content, het is misschien ook gemakkelijke content. Want, zo blijkt  uit het tweede artikel dat we op De Standaard Online lezen: productiehuis Woestijnvis heeft in de aanloop naar verkiezingen de Vlaamse media bij de neus genomen. Dit door enkele onderzoeken te verzinnen en “de resultaten” ervan te bezorgen te verspreiden via een persbericht naar de Vlaamse media. Zo bleek dat Open VLD’ers het vaakst seks hebben, de Vlaming gemiddeld 27 seconden in het stemhokje doorbrengt en bijzitters 17.000 liter koffie drinken.

De Concentra kranten ontdekten dat Woestijnvis achter al de persberichten zit. Olivier Goris, programmacoördinator bij Woestijnvis, gaf aan Het Belang van Limburg toe dat Data Driven niet bestaat. ‘De verstuurde persberichten kaderen in een nieuw programma dat we uittesten’, zei hij, zonder verder in te gaan op de inhoud van het programma.”

Pol Deltour van de VVJ kan er niet mee lachen: ‘Woestijnvis heeft op een heel georchestreerde en professionele manier de nieuwsvoorziening geperverteerd.” Hij geeft toe dat er een gedeelde verantwoordelijkheid is maar de hoofdverantwoordelijkheid zou bij Woestijnvis liggen. Onzin natuurlijk.

In debatten over de toekomst van de journalistiek gebruikt de VVJ telkens dezelfde dooddoener door te stellen dat de journalistieke werkmethode de enige garantie is op kwaliteitsvolle berichtgeving. Berichtgeving waar bronnen onderzocht, worden, check en dubbelcheck, en een woord telkens gevolgd wordt door een wederwoord.

In de praktijk zou zo een communicatieverantwoordelijke telkens op de hoogte zijn wanneer een artikel verschijnt over zijn organisatie. Wat natuurlijk niet altijd het geval is en sowieso ook moeilijk realiseerbaar in deze tijden van snelle communicatie.

Iedereen is schuldig en, iedereen moet de mea culpa slaan, want alle kranten en nieuwssites hebben de berichten van Woestijnvis overgenomen. Ik ben wel benieuwd hoe ze bij GVA en HBvL er achter zijn gekomen. Waren zij de eersten om de nummer onder het persbericht te bellen en meer uitleg te vragen?

Iedereen kan fouten maken en op zich heb ik er totaal geen probleem mee. Alleen praat de VVJ met een ongelooflijke dedain over het vak journalistiek. Bovendien blijven ze misprijzend over alles wat ook maar ruikt naar nieuwe media, dat het ontzettend storend wordt, zo ook in Terzake gisterenavond. Het zou de VVJ sieren als ze dat zou erkennen. Het klopt dat iedereen zo maar wat dingen online kan zetten maar juist daardoor is het zelfreinigend vermogen vele malen groter dan in de traditionele media. Daar moet je niet schamper over doen.

Kinepolis goes social

Afgelopen dinsdag werd een twintigtal bloggers uitgenodigd door Kinepolis. De aanleiding zal de meesten onder u wel bekend zijn, namelijk de Facebookgroep. Er worden elke dag tientallen groepen aangemaakt op Facebook, de één heeft al meer succes als de andere. Een groep is in een mum van tijd aangemaakt en soms staat men niet stil bij wat de gevolgen kunnen zijn.

De FB-groep tegen Kinepolis groeide echter spectaculair in een mum van tijd en telt momenteel zo’n 42.000 leden. Tijd voor Kinepolis om in actie te schieten, dus nodigden ze via Adhese/Enchanté een 20-tal influentials uit. De oprichters van de Facebookgroep waren niet uitgenodigd. Wat zij daarvan vonden en hoe ze hierop gereageerd hebben, kan je lezen bij Pietel in de comments.

Het begon heel defensief. Een lange uitleg over de technologische investeringen van Kinepolis. Ze gaan mee met de nieuwste trends om een zo goed mogelijke filmervaring te geven, maar als puntje bij paaltje kwam: dat beïnvloedt de prijs. Maar buiten het technologische materiaal is er goed nagedacht over hun concept: hun zalen zijn opgebouwd volgens de regels om perfecte geluidskwaliteit te hebben. Er is een dubbele armleuning zodat je niet moet vechten met je buur. Er is ruimte genoeg tussen de zetels zodat je niet moet rechtstaan als mensen passeren, je voldoende plaats hebt, .. Zaken waar ik nooit bij stilgestaan heb.

En dan denk ik: Kinepolis heeft een communicatieprobleem. Het eerste waar ik spontaan aan denk bij Kinepolis is ‘mega’ – grotere zalen voor meer volk om meer geld te verdienen. Wat ik zou moeten denken is: ‘innovatie’, ‘beleving’ en ‘kwaliteit’. Kinepolis heeft geweldige verhalen, geweldige kennis, zijn de top in Europa – vertel die verhalen, deel je kennis, claim het leadership dat je toebehoort! In de bioscoop zelf, in de media, in contact met klanten, …

Kinepolis heeft aan den lijve ondervonden wat consumenten kunnen doen met een merk of product: het maken of kraken. Gelukkig willen ze eruit leren en focussen ze zich nu op te weten komen wat de klanten willen en wat niet, hoe ze in directer contact kunnen komen met de filmliefhebber.

Ik geef ze nog een kans. Het was een plezier om zo’n gemotiveerd team met een begeesterende CEO bezig te zien en horen. Ze zijn erin geslaagd om me anders naar Kinepolis te laten kijken. Wat niet wil zeggen dat de film drie kwartier later mag beginnen dan het aangekondigde startuur. Op zo’n momenten kan extra beenruimte of die armleuning me weinig schelen.

Oh en ik meen begrepen te hebben dat Eddy Duquenne binnenkort misschien zal bloggen als CEO van Kinepolis. Vrij nieuw in België, ben er zeer benieuwd naar.

Dag van de woordvoerder: het eeuwige spanningsveld tussen communicatieprofessionals en journalisten

Vorige week vond de tweede editie van het congres ‘Dag van de Woordvoerder’ plaats. De dag was opgebouwd rond het boek van Peter Anthonissen “In de vuurlinie”. Enkele bekende namen – waarvan verschillenden ook meegewerkt hebben aan het boek – passeerden de revu: zowel communicatieprofessionals als journalisten. Check hier het programma.

Er zal steeds een spanningsveld blijven tussen de journalisten enerzijds en communicatieprofessionals anderzijds. Opvallend was de kritiek van de communicatieprofessionals op de media:

De machtspositie van de media
Het is al langer geweten dat media kunnen maken of kraken en dat een proces vaak in de media gevoerd wordt: mensen die in de media als schuldig worden afgeschilderd, wanneer het onderzoek nog loopt. Tom Boonen moet maar even uit de pas lopen (wat elke normale mens kan overkomen) en het zal op de voorpagina van enkele kranten staan. Schade toegericht door de media is moeilijk te herstellen, ook al was het gebaseerd op foute informatie, of gewoonweg niet waar.

Correctheid
Specifiek onderwerp van discussie: de titels van artikels. Vaak klopt de inhoud van het artikel wel, maar de titel niet, is die te eenzijdig, te gefocust op één punt. De journalisten repliceerden natuurlijk dat de titel moet aantrekken – de vergelijking met productverpakking werd gemaakt – en dat dit in enkele tientallen tekens niet makkelijk is. Desalniettemin geen reden om de correctheid te laten varen, maar wat correct is, verschilt soms van partij tot partij.

Een interessant voorbeeld van advocaat Hans Rieder:
Journalist: “Procedureslag in proces kost duizenden euro’s van belastingbetaler”
Advocaat: “Fout van procureur kost belastingsbetaler duizenden euro’s”

Verder vonden de deelnemers dat de basis vaak vergeten werd: bronnen checken, niet schrijven op basis van één bron, het juist interpreteren van gegevens. Of zoals Leo Neels, docent mediarecht en Algemeen Directeur Pharma.be, het verwoordde: “Deontologie is geen optie”.

Professionaliteit / dossierkennis
Te weinig journalisten met een specialisatie of goede dossierkennis. Dit kwam vooral aan bod wat het gerecht betreft, omdat dat een ingewikkelde materie is en kennis een vereiste is voor goede verslaggeving.

Conclusie
Veel communicatieprofessionals die zich vragen stelden bij de richting die de Belgische media volgens hen uitgaan en het gebrek aan kwaliteit. Wel werd toegegeven dat journalisten vaak niet om de middelen beschikken om te kunnen zorgen voor kwaliteit. En dat net nu De Morgen en Corelio ontslagen hebben aangekondigd. De werkdruk zal enkel stijgen, het zal nog sneller moeten gaan – geen goede vooruitzichten dus.

En hoe zit het met nieuwe media? Het De Crem-incident kwam verschillende keren aan bod en de interesse voor blogs en sociale media en hoe ermee omgaan, was er. Volgende editie zou hierrond draaien – daar kijk ik alvast naar uit.