Een rappende ambtenaar, wat nu?

Dat moeten ze bij de Kanselarij van de Eerste Minister gedacht hebben. Een van hun medewerkers, de rapper Steven H., bracht namelijk in zijn videoclip voor zijn hit in spe “t Zit tegen” nadrukkelijk het beschermde logo ‘.be’ in beeld. Bovendien op weinig positieve wijze.

Het filmpje onderaan deze blogpost kwam dan ook op de radar van het Directiecomit√© van de Kanselarij, waar Steven H. het mocht komen uitleggen. Hij had namelijk, zonder voorafgaande toestemming, een dag in zijn leven als verantwoordelijke voor de nationale portaalsite gefilmd en op weinig attractieve manier in de clip opgenomen. Het Directiecomit√© sprak dan ook van ‘imagoschade’.

Wat nu? Geen eenvoudige, maar wel een noodzakelijke vraag. Als je op de hoogte bent, kan je doen alsof je neus bloedt, maar in de meeste situaties is het veel beter dit te bespreken. Negeren lijkt me in dit geval dan ook niet goed, omdat je dan eigenlijk zegt: we hebben dit gezien en vinden het niet erg. Dat kan natuurlijk ook een reactiestrategie zijn (zeker wanneer het filmpje weinig invloed/impact kan hebben), maar zo blijf je de deur wel openhouden voor gelijkaardige situaties.

Vervolgens probeer je dan persoonlijk uit te leggen dat dit niet wenselijk is, maar je gedoogt het wel. Het filmpje offline halen, zal alleen maar mogelijk het Streisand-effect met zich meebrengen (iets willen toedekken, waardoor het net via het internet als lopend vuurtje de wereld rond gaat).

In het persoonlijk gesprek probeer het echter wel te positief en constructief over de situatie om deze “in der minne” te regelen. Zo kan je eventueel voorkomen dat het verhaal verdere weerklank krijgt, via klassieke pers of online.

Komt het toch in de pers (via via ?!): dan stuur je een zalvende verklaring de wereld in, zoals de Kanselarij prima deed: “Dat we hem op het matje roepen, is een procedure zoals die staat vermeld in het statuut van de ambtenaar. Dit is zeker geen halsmisdaad en mijnheer H. is en blijft een zeer gewaardeerde medewerker. “

Je kan overigens in de YouTube-statistieken hiernaast het belang van de “klassieke media” zien voor de verspreiding van de clip. Via zijn eigen social media kanalen krijgt hij al behoorlijk wat aandacht, maar het wordt pas echt een hit wanneer ook de pers op het item sprint.

Anderzijds liet de de Kanselarij met de clip “t Zit tegen” misschien een kans liggen om net iets aan “het stoffig imago” van ambtenaren te doen, door de creativiteit van de medewerker te belichten. Al was dit ‘issue’ misschien niet de beste gelegenheid. Een nieuwe clip: ‘Alles zit mee’ ongetwijfeld ook een klikhit kunnen worden… Nu ja, gezien de huidige federale gang van zaken misschien toch weer niet de beste timing…

Tot slot: goede afspraken maken goede vrienden. Zorg ten eerste dat je te weten komt via een goede online monitoring dat je weet wat er over jou en/of over je organisatie gezegd wordt online. Breng vervolgens je personeel op de hoogte van wat ze online mogen en wat niet. Betrek hen zelfs bij voorkeur ook in dit debat. Wat mag online verschijnen over de organisatie op Facebook? Op Twitter? Wie mag eventueel ‘online woordvoerderschap’ op zich nemen? Kortom: lees misschien onze post over een social media policy nog eens…