Facebook-pagina, maar geen fans?

Veel ondernemingen starten een Facebook-pagina. En ze hopen dat massa’s fans meteen hun weg naar die pagina vinden.  Driewerf helaas. Eén van de beginselen van (online) public relations geldt ook hier: be good and tell it! Pas als men weet dat je bestaat, kan men connectie met je maken.

Organiseer jezelf als een mediabedrijf
Een eerste aspect is het opstellen van een kader waarin ‘brand journalism’ een hoofdrol krijgt. Opzet is te kijken wie en wat allemaal nieuws (content) in zich draagt. En dat gaat breder dan je denkt! Elke organisatie bulkt van de weetjes, tips en ander nieuws.

Vervolgens brengen we dat alles samen in een contentplan. En dat is niet het alleenrecht van marketing & communicatie. Iedereen in de onderneming kan iets bijdragen. Eventueel kadert dit binnen een ‘redactieraad’ die meerdere afdelingen en locaties samenbrengt.

Een contentplan vergemakkelijkt het om structureel aanwezig te zijn op social media en fans je boeiende content te bieden. Het versterkt vooral een waardevolle organische groei.

Hoe genereer je nu meer fans?

  • Interne bekendmaking
    Begin, vóór je externe fans zoekt, met je eigen werknemers te rekruteren als social media-ambassadeurs. Geef hen richtlijnen mee in de vorm van een social media policy. Communiceer ook via je eigen kanalen. Vraag iedereen om te connecteren met je officiële media.
  • Externe communicatie
    Intern klaar voor social media? Breng dan de buitenwereld op de hoogte van je activiteiten. Communiceer met een e-nieuwsbrief en zet je oproep om te connecteren (via Facebook, Twitter of Linkedin) als call to action in de verf. Een icoontje in je nieuwsbrief is al OK, maar heeft slechts een beperkte impact.
  • Eigen communicatiedrager
    Erg kostenefficiënt zijn je eigen dragers. Je naamkaartje, packaging, e-mailhandtekening, website (met bv. een facebook facepile) of buitengevel: allemaal ideale dragers om je aanwezigheid op social media te accentueren.
  • Facebook ads
    Niemand weet meer van zijn gebruikers als Facebook. Adverteerders kunnen zo met gerichte advertenties efficiënt hun gewenste doelpubliek aanspreken. Focus  je enkel op mannen tussen de 25 en 35 in een straal van 40 km rond Zoerle-Parwijs? Of eerder vrouwen met interesses in architectuur en interieur? Via deze ads treed je in contact met enkel de mensen die jij wilt en dit op cost-per-click basis.
  • Custom made
    Wil je van je gebruikers vooral data verzamelen? Custom made facebook pages of applicaties kun je perfect op maat maken binnen de omgeving van Facebook. Je hangt niet vast aan de vaste mogelijkheden die Facebook biedt. Je kan dus ook een inschrijvingspagina voor je nieuwsbrief, een webshop of een game maken. En waarom geen like gate gebruiken om nog beter bezoekers te converteren tot fans!

Welke tips heb jij nog?

5 tips om je online reputatie te bewaken

Zouden we niet allemaal graag weten wat er ‘achter onze rug’ over onze onderneming verteld wordt? In het dagelijkse leven is dat erg moeilijk, maar via online monitoring kan je vrij eenvoudig wél achterhalen wat er op het internet over jou en je bedrijf gefluisterd, geroepen of bedisseld wordt.

1 Wat wordt er over jou gezegd?

Dan is Google Alerts de eenvoudigste manier om alvast een eerste idee te krijgen. Via deze tool krijg je van Google een mail zodra er een nieuw resultaat is op jouw zoekterm. Dat kan de naam van je onderneming zijn, maar abonneer je zeker ook op de resultaten van je “voornaam naam”.

Krijg je veel en belangrijke resultaten op je zoekwoorden, bekijk dan eens met ons de optie om over te stappen naar een betalende monitoringdienst zoals het Belgische Engagor.

2 Doe iets met wat je leest.

Negeer zeker niet de opmerkingen die online verschijnen. Volgens de “theorie 90-9-1″, zijn er voor elke reactie die je online vindt, 9 andere die zullen reageren of een mening hebben en nog eens 90 die over de digitale schouders meelezen. ‘Lurkers’ genaamd.

Sla de opmerkingen die je leest dus niet in de wind, maar ga na of er een grond van waarheid in zit en leer uit deze opmerkingen.

3 Reageer niet op alles wat je leest.

Rijst nu de vraag: moet je op dat alles reageren? Het antwoord is verrassend vaak neen. Door te reageren zorg je soms voor een ‘Streisand-effect’ of een ‘big brother’-effect dat niet altijd op prijs gesteld wordt.

Gaat het om flagrante leugens, kan je natuurlijk overwegen om een tegenreactie te formuleren. Doe dit weliswaar altijd constructief en identificeer jezelf altijd. De ‘sandwichmethode’ (positief – negatief – positief) is hier altijd een goede aanpak: wees eerst positief (bedank bijvoorbeeld voor de feedback), vervolgens ga je in op de kern van de zaak en ten slotte rond je af door open te staan voor dialoog.

4 Controle is een utopie.

Een sterke online reputatie moet je verdienen. Je hebt dit dus ook niet onder controle of in de hand. Het enige dat je kan doen, is er zo goed mogelijk mee omgaan.

Je hoeft dus ook niet op alle social media platformen alomtegenwoordig te zijn. Kijk na wat voor jou en je stakeholders relevant is en focus daarop. Zorg daar dan ook zoveel mogelijk voor gesprekken en discussies, maar wees ook luisterbereid en kijk wat je voor je relaties kan betekenen.

5 Transparantie, transparantie, transparantie.

Al is de leugen nog zo snel, het internet achterhaalt ze wel.

Nee, bedrijfsresultaten of loonbeleid hoort hier niet thuis, maar je moet wel eerlijk en ‘koosjer’ zijn. Bedenkelijke producten of een gebrekkige service kunnen, of het nu on- of offline is, wel eens als een boemerang in je gezicht terugkomen.

Online reputatiemanagement is helaas voor veel organisaties nog een ver-van-mijn-bed-show. Dat is vrij onvoorzichtig, want iedereen kan plots in het oog van een online storm terecht komen. Waarna het ontwaken wel eens erg onaangenaam zou kunnen zijn.

Wie zich als organisatie verstandig en doordacht voorbereidt, zal in vele gevallen niet slechter, en misschien zelfs sterker uit een incident komen.

Interne mail Vandermeersch gelekt

Sinds begin september is Peter Vandermeersch niet langer hoofdredacteur van De Standaard. Hij ruilde de Belgische kwaliteitskrant in voor de Nederlandse avondkrant NRC.

Vandaag was er een opvallend bericht op de website Geenstijl.nl: een interne mail van Peter Vandermeersch met een update van zijn bevindingen na een maand NRC.

Kort samengevat:

  • Verkoopcijfers zijn niet goed
  • Foutenlast is veel te groot
  • Aantal thema’s laat de krant teveel liggen
  • NRC is soms te traag
  • Niet creatief genoeg in presentatie
  • Geen communicatie tussen verschillende afdelingen
  • NRC is niet goed in cijfers
  • Vastgeroest in structuur
  • Te weinig hard nieuws
  • Buitenlands nieuws is goed maar binnenland mag niet vergeten worden
  • Stoffige columnisten
  • Te weinig gebruik maken van de ingangen om lezers in het artikel te trekken
  • Lezersbrieven zijn iets om trots op te zijn, niet om bang van te zijn

Waarom is dit nu interessant? Wel, eerst en vooral omdat het toont hoe verschillend de redacties zijn in Vlaanderen en in Nederland. Wanneer ik met collega’s uit Nederland spreek, merk ik dat onze journalisten toch net iets ‘braver’ zijn. In contacten met communicatiemensen maar ook in interviews bijvoorbeeld.  Toen de redactie van NRC zou gaan stemmen over zijn benoeming had hij erop geanticipeerd dat er iets zou uitlekken maar ik betwijfel of hij dit verwacht had.

Voor PR mensen is dit wellicht nog het  interessante: het zet nog een keer mooi op een rij waar journalisten naar op zoek moeten gaan voor hun verhalen. Wat maakt een verhaal goed?  Eigenlijk vertelt hij niets nieuws maar als het voor de NRC journalisten geen kwaad kan om het nog een keer allemaal te herhalen, dan zeker ook niet voor PR-verantwoordelijken.  Als we journalisten kunnen helpen om hun hoofdredactie en de lezer blij te houden dan plukken we er uiteindelijk zelf ook de vruchten van. Doe er je voordeel mee zou ik zeggen.

Gelekte mail Peter Vandermeersch NRC

Een rappende ambtenaar, wat nu?

Dat moeten ze bij de Kanselarij van de Eerste Minister gedacht hebben. Een van hun medewerkers, de rapper Steven H., bracht namelijk in zijn videoclip voor zijn hit in spe “t Zit tegen” nadrukkelijk het beschermde logo ‘.be’ in beeld. Bovendien op weinig positieve wijze.

Het filmpje onderaan deze blogpost kwam dan ook op de radar van het Directiecomité van de Kanselarij, waar Steven H. het mocht komen uitleggen. Hij had namelijk, zonder voorafgaande toestemming, een dag in zijn leven als verantwoordelijke voor de nationale portaalsite gefilmd en op weinig attractieve manier in de clip opgenomen. Het Directiecomité sprak dan ook van ‘imagoschade’.

Wat nu? Geen eenvoudige, maar wel een noodzakelijke vraag. Als je op de hoogte bent, kan je doen alsof je neus bloedt, maar in de meeste situaties is het veel beter dit te bespreken. Negeren lijkt me in dit geval dan ook niet goed, omdat je dan eigenlijk zegt: we hebben dit gezien en vinden het niet erg. Dat kan natuurlijk ook een reactiestrategie zijn (zeker wanneer het filmpje weinig invloed/impact kan hebben), maar zo blijf je de deur wel openhouden voor gelijkaardige situaties.

Vervolgens probeer je dan persoonlijk uit te leggen dat dit niet wenselijk is, maar je gedoogt het wel. Het filmpje offline halen, zal alleen maar mogelijk het Streisand-effect met zich meebrengen (iets willen toedekken, waardoor het net via het internet als lopend vuurtje de wereld rond gaat).

In het persoonlijk gesprek probeer het echter wel te positief en constructief over de situatie om deze “in der minne” te regelen. Zo kan je eventueel voorkomen dat het verhaal verdere weerklank krijgt, via klassieke pers of online.

Komt het toch in de pers (via via ?!): dan stuur je een zalvende verklaring de wereld in, zoals de Kanselarij prima deed: “Dat we hem op het matje roepen, is een procedure zoals die staat vermeld in het statuut van de ambtenaar. Dit is zeker geen halsmisdaad en mijnheer H. is en blijft een zeer gewaardeerde medewerker. “

Je kan overigens in de YouTube-statistieken hiernaast het belang van de “klassieke media” zien voor de verspreiding van de clip. Via zijn eigen social media kanalen krijgt hij al behoorlijk wat aandacht, maar het wordt pas echt een hit wanneer ook de pers op het item sprint.

Anderzijds liet de de Kanselarij met de clip “t Zit tegen” misschien een kans liggen om net iets aan “het stoffig imago” van ambtenaren te doen, door de creativiteit van de medewerker te belichten. Al was dit ‘issue’ misschien niet de beste gelegenheid. Een nieuwe clip: ‘Alles zit mee’ ongetwijfeld ook een klikhit kunnen worden… Nu ja, gezien de huidige federale gang van zaken misschien toch weer niet de beste timing…

Tot slot: goede afspraken maken goede vrienden. Zorg ten eerste dat je te weten komt via een goede online monitoring dat je weet wat er over jou en/of over je organisatie gezegd wordt online. Breng vervolgens je personeel op de hoogte van wat ze online mogen en wat niet. Betrek hen zelfs bij voorkeur ook in dit debat. Wat mag online verschijnen over de organisatie op Facebook? Op Twitter? Wie mag eventueel ‘online woordvoerderschap’ op zich nemen? Kortom: lees misschien onze post over een social media policy nog eens…